REISVERSLAG SURINAME EN CURACAO 2013
Bij de voorbereiding van onze reizen nemen wij vaak op het internet reisverslagen van anderen door en doen zo ook weer nieuwe ideeën op. Zo kan dit reisverslag misschien weer behulpzaam zijn bij jouw reis naar Suriname of Curacao. Wij kijken terug op een uitstekend georganiseerde reis met de juiste mix aan natuur- en cultuur. Wil je ook nog afreizen naar het prachtige Suriname of Curacao dan kun je hier misschien nog ideeën opdoen.




Wij wensen je veel lees- en kijkplezier. Reageren op het verslag of vragen stellen kun je doen door via onze contactpagina een berichtje te sturen. Je kunt ook een reactie achterlaten in ons gastenboek wat we erg op prijs stellen. In dit verslag staan foto's bij het besproken onderwerp maar je kunt ook ons fotoalbum bekijken. Wellicht wordt je door dit reisverslag net zo enthousiast als wij.
Reisverslag - 2 weken Paramaribo en het binnenland van Suriname met aansluitend een weekje Curaçao - sept./okt. 2013.

Na het droge, wonderschone Jordanië van vorig jaar werd het deze keer weer eens tijd om naar een groene bestemming te reizen. Rob had al heel lang de wens om naar Suriname te gaan en dan vooral het binnenland in. Uiteindelijk zwichtte Anita voor het voorstel en begin dit jaar werd een start gemaakt met de voorbereidingen. Paul en Brenda besloten mee te gaan en we spreken af om 2 weken in Suriname te combineren met een klein weekje op Curaçao. De keuze voor dit eiland werd ingegeven door de wens om ook nog een paar duikjes te kunnen maken.

Anita boekt het liefst bij een onafhankelijke lokale agent en zo kwam ze uit bij Erna van That's It Tours. Erna heeft een tourburo in Paramaribo en zij stelde voor ons een programma samen dat was afgestemd op onze wensen. Naast een aantal dagen in- en om Paramaribo werden er 2 meerdaagse tours geboekt naar de binnenlandse jungle. De heenreis naar Suriname en de terugreis vanuit Curaçao werden geboekt bij KLM, voor de vliegreis van Paramaribo naar Curaçao maakten we gebruik van de SLM, Surinaamse Luchtvaart Maatschappij. We hopen dat de lezer net zo geniet van het reisverslag als dat wij genoten hebben van de rondreis. Hieronder volgt het verslag van dag tot dag, aangevuld met tips en wetenswaardigheden.




Dag 1. Zaterdag 21 september - vertrek naar Paramaribo.

Onze vlucht naar Paramaribo vertrekt op zaterdagochtend en dat is gunstig voor de autorit naar Schiphol. Jeffrey, de broer van Brenda, verrast ons met het aanbod om ons weg te brengen. Op Schiphol is het best druk voor de tijd van het jaar maar we zijn ruimschoots op tijd en hebben veel plezier met een als Schot verklede student die de taxfree winkel wat op moet leuken. Natuurlijk stellen we de standaard vraag over de kilt en krijgen een bevestigend antwoord....

Tijdens het inchecken komen we nog voor een leuke verrassing te staan; het blijkt dat we op Schiphol een toeristenvisum moeten kopen voor Suriname. Aan een aparte bali rekenen we vervolgens €20 per persoon af voor een toeristenvisum dat 90 dagen geldig is.

KLM zet voor de vlucht naar Paramaribo een Boeing 747 in die akelig vol zit met een bont gezelschap aan reizigers. We hebben onze plekjes op rij 44 snel gevonden, vlakbij de keuken en ver weg van de toiletten. De stewardessen zijn vandaag in een opperste bui en de verzorging is prima. Het mysterie van de ruimte achter onze stoelen wordt opgelost als blijkt dat er een trap achter zit die leidt naar het plafond waar extra slaapplaatsen voor de crew zijn gemaakt. Stewardessen in het plafond is weer eens iets anders dan muizen grappen we nog. Onze poging om er een kijkje te nemen komt helaas niet uit de verf.

Via Spanje steken we de Oceaan over om na krap 9 uur tijd te arriveren boven het vasteland van Suriname. Het is er flink bewolkt en zodra we de landing inzetten komt het water met bakken uit de hemel. Humm, hopelijk geen voorbode van een slechtweervakantie.





Het bord "welkom in de Republiek Suriname" hangt vriendelijk boven de ingang van de aankomsthal. Als we naar binnen lopen zien we lange rijen staan; het gevolgd van een leeggelopen Boeing met ruim 450 passagiers. Achter de balie van de Immigratiedienst zitten statige functionarissen in landmachtuniformen uit de jaren '80. Ze zijn vriendelijk maar akelig accuraat en dito traag. Iedere stempel wordt voorzichtig in het paspoort gestempeld met als gevolg dat het ruim een uur duurt voor we eindelijk buiten het vliegveld staan.

In Nederland hadden we al een taxibusje bij Tourtonne taxi besteld om ons van Zanderij (of J.A. Pengel International Airport) naar Paramaribo te brengen. Het is een rit van ruim 3 kwartier die ongeveer 45 euro kost voor 4 personen met bagage. Het is al een uurtje of half 5 als we arriveren bij onze uitvalsbasis in Suriname; Guesthouse Amice aan de Gravenberghstraat 5 in Paramaribo. De vele positieve reviews op Zoover worden er dubbel en dwars waargemaakt. Het is een hele leuke plek met schone kamers en heerlijk balkon. Het Guesthouse straalt een huiselijke sfeer uit, mede door de eigenaren Ravi en Jasondra die er alles aan doen om het hun gasten naar de zin te maken. De kleine tuin en het zwembad ademen rust en gezelligheid uit en de locatie is heel gunstig gelegen op slechts 10 minuten met de taxi naar het centrum (15 SRD gemiddeld) en maar een paar minuten van het lokale vliegveld Zorg en Hoop. Na een kennismaking met de Djogo (een literfles Parbobier) en nog wat acclimatiseren op ons balkon gaan we op tijd onder de dekens. Gelukkig is er een Airco want buiten is het ruim 30 graden. Morgen start ons grote avontuur in Suriname met een eerste bezoek aan Paramaribo.




Dag 2. Zondag 22 september - kennismaking met Paramaribo.

Amice zorgt voor een lekker stevig ontbijt en we rijden met een taxi naar Fort Zeelandia waar we beginnen met een rondleiding door het fort. We zien de prachtige koloniale huizen die erg fotogeniek zijn. Hoe langer we in Paramaribo zijn, des te meer gaan we de afgebladderde gebouwen en huizen waarderen. Fort Zeelandia bevindt zich aan de linkeroever van de Surinamerivier. Het vijfhoekige fort ontstond in het begin van de 17e eeuw, toen Nederlandse kolonisten een handelsvestiging stichtten nabij het indianendorp Parmurbo, het latere Paramaribo. Om de nederzetting te kunnen verdedigen werd een versterking aangelegd. Het fort is strategisch goed gelegen en geeft nu uitzicht over de rivier, de havens en de bekende Jules Wijdenboschbrug.





Erna schuift gezellig aan tafel en vertelt over de excursies en de meerdaagse tochten die voor ons zijn geboekt. Vanmiddag bezoeken we nog de bezienswaardigheden en monumenten van de stad onder begeleiding van een stadsgids en overmorgen gaan we de Commewijnerivier op om dolfijnen te spotten. Hierna verblijven we een nacht op Ston Island, bij Brownsberg. Hierna varen en rijden we nog een dag door het district Commewijne waar we de Warappakreek zullen bevaren en de monding van de oceaan te zien krijgen. Kortom, een lekker druk maar wel afwisselend programma voor de komende dagen. Als je in Suriname wilt reizen dan zul je telkens terugkeren naar de hoofdstad.

In afwachting van de stadtoer wandelen we de Palmentuin in die achter het presidentiële paleis ligt. De ontelbare Koningspalmen geven schaduw en het is een leuke plek om even uit de zon te gaan. Het is vandaag zondag en redelijk druk op straat. We maken kennis met de luidruchtige feestbussen die met keiharde bonsmuziek en vol gillende feestvierders voorbij razen. Op het einde van de middag ontmoeten we stadsgids Mahieda voor de poort van Fort Zeelandia. Mahieda is een pittige tante die niet op haar mondje is gevallen over de slaventijd en de rol van de Nederlanders daarin uitvoerig uit de doeken doet. De stadswandeling is gericht op de monumenten en de opbrengst gaat naar een goed doel. De wandeltocht duurt ongeveer 3 uur en Mahieda brengt ons onder andere langs het onafhankelijkheidsplein, het presidentiële paleis, het hoekhuis, de Waag, de kathedraal en vele andere gebouwen van betekenis. Ondertussen vertelt ze honderduit over de wetenswaardigheden die iedere bezoeker aan de stad hoort te weten. Ze vertelt ook over Marie Susanna du Plessis en haar wrede reputatie als plantage- en slavenhouder. Ze vindt het maar niks dat Rob telkens vooruit loopt om aan haar gedetailleerde verhaal te ontkomen.





De gids vertelt tijdens de rondleiding veel over de historie van het fort en het beladen verhaal van Suriname. Er wordt veel gepraat over de eerste Nederlanders die vrijwel allemaal uit Zeeland kwamen. Natuurlijk worden de plantages en de slavernij en voornamelijk de rol van de Nederlanders uitvoerig besproken. Het fort heeft ook een paar zwarte randjes waarvan de laatste de Decembermoorden zijn die ook bij ons nog vers in het geheugen liggen. In 1982 nam Desi Bouterse zijn intrek in het fort. Rond 8 december van dat jaar werden vijftien politieke tegenstanders van Bouterse in het fort gemarteld en vervolgens, op de ringmuur, aan de kant van de Surinamerivier, gefusilleerd. Een bord noemt de namen van de slachtoffers.

Buiten het fort maakt de bezoeker kennis met de voormalige officiersverblijven, prachtige oude koloniale huizen die zo uit een fotoboek lijken te komen. Onze camera's maken ook overuren. Na de lunch komt Erna van That's It Tours naar ons toe om in het restaurant van het fort de reisbescheiden voor de komende dagen af te geven en de details van de reis te bespreken. Ondertussen hebben we niet door dat het buiten al ruim 35 graden is. Samen met de hoge luchtvochtigheid geeft dit toch een heel andere beleving als op een warme dag in Nederland. Zweten zullen we nog genoeg gaan doen deze vakantie!





Na 3 uur geschiedenisles over Suriname en tig grappige anekdotes door Mahieda is de fut er wel een beetje uit. Het was leuk en ontspannend en we hebben alvast kunnen ruiken aan het tempo van de Surinamers en de goede sfeer van de stad. Na een afscheidsdrankje bij een stalletje langs het water rijden we terug naar het Guesthouse om snel wat op te frissen. Als tip voor het diner hebben we de naam van 't Vat gekregen waar je goedkoop en lekker kunt eten.

Bij 't Vat vallen vooral de vele Nederlandse stagiaires op die kennelijk werkzaam zijn in de zorg in Paramaribo. Het is een Nederlands café zoals je dat kunt verwachten in het buitenland. Zelfs frikadellen staan er op de menukaart! De eerste dag zit erop en volgens traditie gaan we met vermoeide beentjes op tijd naar bed. Maar niet nadat we nog een Parbobiertje hebben gedronken bij het Guesthouse waar we in gesprek raken met enkele Nederlandse jongens die een tijdje in Suriname werken voor Ziggo. Heel even vergeten we dat we niet in Nederland zijn, ondanks dat we ons al lekker thuis voelen in Suriname.





Dag 3. Maandag 23 september - Dolfijnen en plantagetoer.

Op vakantie in Suriname ontkom je er niet aan om de rol die de Nederlanders gespeeld hebben bij de vroegere plantages onder ogen te zien. Gedane zaken nemen helaas geen keer en het maakt nu deel uit van onze geschiedenis als zeevarende natie. Vandaag combineren we een boottocht op de Suriname- en Commewijnerivier met een bezoek aan de plantages Frederiksdorp en Rust & Werk. We rijden met de taxi naar Leonsberg waar een overdekte korjaal met gids al op ons ligt te wachten. Onderweg naar- of op de terugweg van de plantages zullen we hopelijk dolfijntjes kunnen zien die fourageren op de rivier.

De Guiana River Dolphin of Profosudolfijn (in het Surinaams) is een relatief kleine dolfijn die voorkomt in zoet- en brak water. Hun leefgebied aan de monding van de Surinamerivier beslaat ongeveer 25 vierkante kilometer en men schat dat er ongeveer 100-125 dieren rondzwemmen. Ze hebben een roze onderkant en staan erom bekend nieuwsgierig te komen kijken naar de boten met toeristen. De gids besluit om eerst naar de plantage Rust & Werk te varen omdat het tij niet gunstig is om dolfijnen te spotten. We varen een kreek in en hebben een bijzondere ontmoeting met een brulaap. De gids vertelt dat er een solitair levend vrouwtje in de bomen langs de kreek woont. Al snel zien we haar aan een boomtak hangen en de schipper vaart de korjaal tot onder de boom. Het diertje raakt kennelijk zo onder de indruk van Paul dat ze alles op alles zet om nader kennis met hem te maken. Het gevolg is een paar flinke schrammen op Paul's arm. De gids is kennelijk goed bevriend met het aapje want hij kan alles met haar doen. Paul moet echter ver uit de buurt blijven want ze is erop gebrand om hem bij zijn lurven te pakken. Al met al levert het een paar witte schrikgezichten op maar bovenal enkele prachtige close-ups van het brulaapje. Paul moet helaas aan de jodium want hij heeft een paar flinke schrammen opgelopen.

We hebben het nog maar net gezegd of de eerste vinnetjes komen voor de boot boven water. Het water stroomt als een bezetene richting zee en de schipper laat de korjaal rustig tegen de stroom intuffen. We vergapen ons aan de dolfijntjes die spelenderwijs opduiken voor- en naast de boot. Zo nu en dan komt er een snuitje boven water om even rond te kijken. Wie kijkt nou naar wie vragen we ons af. We zien de dolfijnen in teamverband jagen op vis die in paniek de lucht invliegt om vervolgens in de bek van een dolfijn te belanden. De roze gloed op de onderzijde van de diertjes maken ze zowaar nog meer bijzonder. We hebben toch al best wat dolfijnen gezien in het wild maar deze speelse diertjes krijgen toch wel een apart plekje in ons hart.
Op de voormalige plantage Rust en Werk zien we hoe de bewoners leven en garnalen drogen voor de verkoop. Het oude sluisje stamt uit de tijd dat de plantage nog actief was. Bijna iedere plantage heeft zo'n sluisje, meestal gebouwd van de bakstenen die destijds als ballast meekwamen in de schepen.

We varen door naar de historisch interessante plantage van Frederiksdorp, een voormalige koffieplantage die stamt uit 1747. Nu is het historische complex in handen van Ton Hagemeijer die, nadat hij er veeteelt en landbouw had bedreven, rond de eeuwwisseling besloot om de waardevolle gebouwen in volle glorie te restaureren. Frederiksdorp herbergt nu een aantal historische gebouwen die dienst doen als hotel annex lodge. Het geheel ademt een serene rust uit en de gebouwen zijn prachtig gerestaureerd en geheel authentiek.
De zoon des huizes dient een heerlijke Javaanse lunch op en we luieren wat in de hangmatten onder een paalgebouw. Frederiksdorp blijkt een uitstekende uitvalsbasis om het Matapicastrand te bezoeken waar de zeeschildpadden hun eieren komen leggen. Het is nu eind september en de schildpadden zijn helaas alweer lang vertrokken.

Terug de rivier opvarend worden we alweer volgestopt met koele drankjes en heerlijke gebakken bananen die gedompeld in een pittige satésaus het zweet nog sneller doet stromen. Met zijn viertjes op de boot hebben we het reuze naar ons zin. Het weer is lekker, de rivier en de omgeving zijn mooi en de lokale vissers maken het plaatje compleet. Als we nou nog maar eens dolfijnen zouden zien...
De laatste stop maken we bij het fort Nieuw Amsterdam. Het is nu een uurtje of 2 en op zijn warmst dus we zweten ons te pletter. Fort Nieuw Amsterdam is nu een openluchtmuseum en het ligt op de punt waar de Suriname- en Commewijnerivier samenkomen. Van 1734 tot 1907 was het fort daadwerkelijk in gebruik als strategisch verdedigingsbolwerk. Tijdens de 2e wereldoorlog werden er door de Amerikanen nog kazematten gebouwd met zware kanonnen. Na de oorlog deed het fort vooral dienst als gevangenis en nu is het dus een openluchtmuseum met oude historische gebouwen en monumenten. We bezoeken onder andere het kruitpakhuis en het gevangeniscomplex en lezen de uitleg over de historie van het complex op borden aan de muur van de cellen. De gebouwen geven een beetje verkoeling, buiten is de hitte nog ondragelijker geworden. Puffend lopen we terug naar de boot die ons overvaart naar Leonsberg.

We nemen afscheid van de gids en niet snel daarna brengen de koude drankjes van Amice ons er weer snel bovenop.

Als afwisseling op de tochten in- en rond Paramaribo gaan we vandaag op reis naar Brownsberg. De reis is niet lang en dus kunnen we een beetje uitslapen voordat een busje ons om 09:00 op komt halen voor de rit naar Brownsberg. Voor het Guesthouse blijkt gids Tiana al een tijdje op ons te wachten. Het is een jolige meid die vandaag en morgen zal fungeren als chauffeur, gids, kok en gastvrouw. Het busje is lekker ruim en we hebben weinig bagage bij ons. Onze eerste stop zullen we maken op het Mazaroniplateau bij Brownsberg. Hiervoor moeten we een kleine 3 uurtjes rijden via de Afobakaweg die bekend staat als de "rode"weg vanwege het stoffige lateriet. Onderweg stoppen we nog even bij een Javaans eettentje waar Tiana onze lunch ophaalt. De ingrediënten voor het diner van vanavond had ze eerder al opgepikt bij een groenteboer.

Brownsberg is het bekendste natuurpark van Suriname en ligt op een hoogte van 500 meter. Het wordt één van de mooiste plekken van Suriname genoemd en heeft een weelderige flora en fauna. We rijden eerst naar een uitkijkpunt waar we tevens zullen lunchen. De Javaanse nasi met kip smaakt ongelofelijk lekker, in de bosjes zien we ondertussen nog een Agouti en een vluchtje boshoenders lopen. Vanaf het viewpoint op de berg hebben we zicht op het imposante stuwmeer dat door de stronken die overal boven water uitsteken een aparte sfeer uitstraalt. Volgens Tiana is het tijd om de benen te gaan tergen met een mooie wandeling naar een waterval. Na een korte rit komen we bij een trail die ons naar de Leo- en Irenewaterval brengt. Het is onze eerste echte boswandeling en door de hoge temperatuur en steile klim besluiten we al snel om maar 1 waterval aan te doen; de dichtbijzijnste! We hebben vooral ook veel lol met Tiana die ons kennis laat maken met de Bospolitievogel. In eerste instantie denken we dat ze ons in het ootje neemt maar de vogel blijkt echt zo te heten. Hij dankt zijn naam aan de fluittoon die hij maakt als hij iets of iemand ziet in het bos. Hoe krijg je het verzonnen! Na wat luieren bij de waterval klauteren we terug naar boven. Bij de auto voorziet Tiana ons van koude drankjes en chips om het zoutgehalte aan te vullen. Oef, het Surinaamse bos is niet om mee te spotten! Volgens Tania valt het allemaal wel mee, zeker gezien de volgende bestemming;
Stone Island.

Het Brokopondo stuwmeer is ontstaan toen in de jaren '60 maar liefst 1500 vierkante kilometer tropisch regenwoud onder water werd gezet. Ston Island is een klein schiereilandje in het meer waar vooral gezwommen en geluierd kan worden. De stronken van de tropische hardhoutbomen staan na al die tijd nog steeds overeind. Het is dan ook een bijzondere plek om te zwemmen. Terwijl wij ons vermaken aan de waterkant gaat Tiana kwartier maken in een blokhut die is voorzien van 3 slaapkamers, een ruime keuken en een veranda. Ze zal vanavond voor ons koken en gaat als een volleerde chef aan de slag met de potten en pannen. Ondertussen zakt de zon langzaam weg en kleurt het stuwmeer felrood.
Het diner bestaat vanavond uit Bami met kousenband en kip en het smaakt voortreffelijk. Tiana laat niets aan het toeval over; ze dekt de tafel, serveert het diner, zet koffie en wast af. We mogen haar niet meehelpen. Tijdens de koffie hebben we nog veel lol met haar en we lachen ons pas echt een breuk als ze even later zonder schaamte in haar nachtjaponnetje komt aangelopen. Welterusten, tijd om naar bed te gaan! In bed is het veel te warm en vochtig maar de klamboe houdt gelukkig wel de muggen weg. Uiteindelijk sukkelen we in slaap om de volgende dag weer veel te vroeg wakker te worden.

Dag 4. Dinsdag 24 september - op pad naar Brownsberg en het Brokopondo stuwmeer.
      

Dag 5. Woensdag 25 september - verblijf op Stone Island.

Vroeg in de morgen ruiken we de geur van koffie en gebakken eitjes die Tiana voor ons aan het bakken is. Vandaag gaan we nog met een bootje het stuwmeer op maar eerst is dus de inwendige mens aan de beurt. Met volle magen stappen we rond een uurtje of half elf in een korjaal voor een tochtje over het stuwmeer. Het is heel apart om tussen duizenden boomstronken door te varen op een stuwmeer. Onderweg zien we veel vogels en Tiana laat ons plekken zien waar vrij kort geleden nog met kwik naar goud werd gezocht. Na een half uurtje varen leggen we aan bij een mooi eilandje waar we lekker kunnen zwemmen. De schipper duikt weg onder een struik en wij doen ons te goed aan de koelte van het meer. De Piranha's die er toch nogal wat moeten zitten blijven gelukkig uit de buurt. Na de boottocht maakt Tiana nog snel even een gezonde lunch waarna we terugrijden naar Paramaribo. Daar volgt weer het inmiddels gebruikelijke protocol; douchen, praatje maken met de eigenaren en de gasten, een Parbobiertje en dan op naar het centrum voor het diner. Brownsberg en Stone Island waren slechts een voorproefje van de natuurlijke rijkdom die we straks nog gaan zien in het binnenland.

Dag 6. Donderdag 26 september - De Warappatoer.

Na de Spartaanse nacht op Ston island waren het zachte bedje en de verkoelende airco van Amice toch ook wel een verademing. We zijn vroeg op want al om 06:45 moeten we klaarstaan voor de lobby van de Residence Inn om opgepikt te worden voor de tour naar het Commewijnedistrict. Uit een busje stapt een jonge vent met dreadlocks die zich beleefd voorstelt als Ivy. Vandaag zal hij ons begeleiden tijdens de tocht door- en naar de Warappakreek. Via de brug verlaten we Paramaribo en rijden door een groen landschap naar de oever van de Commewijnerivier waar een bootje al ligt te wachten. Slechts 2 andere Nederlanders hebben zich bij ons gevoegd en we varen in ongeveer een uur naar de plantage Alliance.

We brengen een kort bezoek aan het dorpje Bakkie voor een pauze en varen vervolgens in alle rust de Warappakreek in. Deze historisch belangrijke kreek was meer dan 60 jaar niet toegankelijk maar is recentelijk weer uitgegraven. Langs de kreek bevinden zich veel overblijfselen uit de slaventijd zoals de restanten van een oude stoomsuikerfabriek uit 1830, oude poorten, sluisjes en ringdammen. We zien doodshoofdaapjes, rode ibissen, roofvogels en gieren en moeten zo nu en dan eens een tak wegslaan. De vaartocht is bijzonder door de dichte begroeiing en de restanten van de oude bouwwerken die ooit toebehoorden aan de vele plantages langs de kreek. Zo af en toe springen slijkspringers met tientallen tegelijk rond onze boot. Aan het einde van de 8,5 kilometer lange kreek zien we de branding van de zee opdoemen. We varen een stukje de Atlantische Oceaan op en leggen kort aan bij een strandje. Van de jungle naar de oceaan is hier slechts een klein sprongetje.
Na een korte rust varen we terug de kreek in om te stoppen bij een pad dat leidt naar de resten van de oude stoomsuikerfabriek. Zodra we aan land stappen worden we letterlijk lek gestoken door een dikke zwarte muggen die al een tijd op de loer moeten hebben liggen, smakkend naar vers toeristenbloed. Ze steken zelfs door de kleding heen zodat de blik op de oude machines aanzienlijk wordt bekort. De machines zijn ondertussen overwoekerd door de jungle waardoor een apart contrast ontstaat.

Met de schrik nog in de benen en het bloed op onze kleding varen we maar snel door naar de citrusplantage Alliance waar we gaan lunchen. We nestelen ons onder de veranda van een woning. De gastheer schrikt op uit zijn hangmat en haast zich naar de keuken om een heerlijke Javaanse maaltijd te serveren. Even later slaapt hij weer, alsof er nooit iemand is geweest. Zo gaat dat hier in Suriname! Ondertussen peuzelen wij de rijst en kip gretig naar binnen.

De rondrit door de plantage op een platte kar is helaas afgelast en we keren terug naar de Commewijnerivier. We maken nog een stop bij het dorpje Bakkie om het kleine museum te bezoeken. Er staan mooie voorwerpen uit de slaventijd die veelal gevonden zijn tijdens het uitbaggeren van de Warappakreek. Ivy vult de beelden aan met verhalen uit het verleden.

Aan alle goede dingen komt altijd weer een eind. Op weg terug naar het busje zien we nog een varaan in het water. Krap een uurtje later zijn we weer terug in Paramaribo waar Ivy ons afzet bij het Guesthouse. De historie van de Warappakreek vergeten we niet meer ook niet als we terugdenken aan de jeukende muggenbulten.... Vanavond pakken we een tas voor  de binnenlandse trip  naar Kajana Kosindo.
We zullen 3 nachten wegblijven.

Dag 7. Vrijdag 27 september - Vertrek naar Kajana Kosindo.

In het programma zijn 2 meerdaagse tours naar het binnenland opgenomen en vandaag gaan we op weg naar het eerste grote avontuur in het binnenland. Bij Kajana, een klein Samaracaans dorp in het oerwoud in Boven-Suriname, is de Kosindo River Lodge gevestigd die wordt geleid door de bekende Frans Dinge alias Jangjanman. Het dorp ligt ongeveer op 200 kilometer ten Zuiden van Paramaribo en is het beste per bushvliegtuig te bereiken. Met de auto en boot ben je een paar dagen onderweg. Vanaf het vliegveld Zorg en Hoop vlieg je er in een uur naartoe waarna je land op een grasstrip aan de overzijde van de rivier. Kosindo is speciaal omdat je als toerist als het ware midden in een bushdorpje terechtkomt waar de bewoners nog leven volgens de Marron-tradities. Zo leven ze hoofdzakelijk van de jacht en hun kosgrondjes (akkertjes) in het dorp en wassen ze zichzelf nog in de rivier. Je ziet er kinderen spetteren en spelen in de rivier, mannen gooien een hengeltje uit en vrouwen lopen met zware wasmanden op en neer naar het dorp.

Om 10 uur melden we ons bij Blue Wing Airlines op het vliegveldje Zorg en Hoop. De inhoud van onze tassen is ondertussen aardig gereduceerd want we mogen elk slechts 8 kg aan bagage meenemen. Men neemt het echter niet zo nauw en verwijst ons naar de wachtruimte waar we over 3 kwartier worden opgehaald. Ondertussen hebben we mooi uitzicht over het platform waar het een komen en gaan is van kleine vliegtuigen en helikopters. Ondertussen neemt de minister van Regionale Ontwikkeling met zijn gevolg ook plaats in de wachtruimte. Wat later vertrekt het gezelschap met een Twin Otter naar een onbekende bestemming. Het wachten duurt toch een stuk langer dan 3 kwartier en ineens staat er een lange jonge gast in vliegeroverhemd voor ons om zich te verontschuldigen. De ministerdelegatie is nog wat drankjes vergeten en die moeten met onze vlucht worden nagebracht. Dat betekent dus een tussenlanding maar vlieger Jan stelt voor dit te compenseren door het laatste stukje naar Kajana tussen de bergen door te vliegen. Daar hebben we wel oren naar en als Jan even later ook nog gratis drankjes komt brengen is het feest compleet.

Later dan gepland stijgen we op van Zorg en Hoop en maken hoogte richting het Zuiden. De gekleurde daken van Paramaribo maken langzaam plaats voor dichte jungle. Vanuit de lucht ziet het er uit als Brocolli. Tussen al het groen staan soms prachtige felroze- en gele gekleurde bomen. Wat verder van Paramaribo af zien we de verwoestende werking van mijnbouw en goudwinning op het oerwoud. Doodzonde gewoon!

Meneer Jan (we noemen tegenwoordig iedereen meneer en mevrouw) zet met zijn gedateerde Cessna 208 de landing in en landt op een klein veldje waar we al worden opgewacht door enkele sfeermakers die denken dat we voor het feestje komen. Jan gooit snel wat traytjes bier uit de kist en even later stijgen we weer op. Het laatste kwartier van de vlucht is prachtig, we vliegen tussen groene bergkammen door en genieten van de omgeving. Nog geen kwartiertje later landen we op de grasstrip van Kajana. Het is niks meer dan een stukje gerooid oerwoud en een huisje voor de beheerder. Een jongen stelt zich voor als Lindy en draagt onze tassen naar de boot. We maken met een korjaal een korte oversteek over de Gran Rio-rivier en staan meteen bij de ingang van de lodge. Aan de waterkant staan vrouwen de was te doen, pannen te schrobben en tegelijkertijd te vissen met een lijntje. Boven aan de trap naar het terrein van de lodge staat Frans Dinge ons al op te wachten met een hartelijk welkom. We laten ons het welkomstdrankje goed smaken en krijgen de sleutel van de cabins die vlak langs de rivier gebouwd zijn. De cabins zijn eenvoudig maar schoon en hebben een aparte ruimte voor het toilet en douche. Net als het Marronvolk moeten we ons de komende dagen wassen met rivierwater dat uit de kraan komt. Nou is de natuur hier zo ongerept en schoon dat daar niks mis mee is. Lindy neemt ons mee naar de centrale overkapping aan de rivier waar we kunnen eten en luieren. Er staat ook vrijwel de hele dag door warm water om koffie en thee te maken.


Na een goede maaltijd krijgen we ruim de tijd om op te frissen en te rusten. Tegen de avond haalt Lindy ons op voor een wandeltocht door Kajana. Frans komt zich ondertussen verontschuldigen voor een gebeurtenis die het dorp al enkele weken in zijn greep houdt. Er is namelijk iemand overleden en deze man staat al 2 weken opgebaard in een grote kist in het dorp. Er zijn allerhande festiviteiten rondom de wake en op het einde van de middag zullen de grafdelvers per boot arriveren vanaf de begraafplaats waar ze voorbereidingen aan het treffen zijn voor de begrafenis. Hij drukt ons op het hart om toch maar vooral geen foto's te maken. Over het algemeen willen de dorpelingen liever niet gefotografeerd worden. Dat is best jammer want de hele dag door voltrekken zich fraaie tafereeltjes aan de rivier. Soms krijgen we toestemming om een plaatje te schieten.

Op de rivier zwelt intussen de muziek met veel getrommel en zang aan als de boot van de grafdelvers om de bocht komt. Het is een gekleurd gezelschap dat wordt opgewacht door de dorpelingen. Ze zien er met hun klewangs en jachtgeweren indrukwekkend uit en als er enkele geweerschoten klinken zijn we blij dat we toch maar geen camera hebben laten zien...

De dorpswandeling is een korte tocht door Kajana dorp waarbij een aantal plaatsen bewust gemeden moet worden. We krijgen van Lindy een snelle blik op de kist van de overledene voorgeschoteld en we zien hoe men leeft in het dorp. Sommige hutjes staan op instorten, anderen hebben zelfs een TV. Je moet het hier niet erg vinden dat half het dorp naar binnen gluurt als de TV aanstaat! Een enorme boom staat op een centrale plek in het dorp. Voor de bewoners is hij heilig, net als de vele offerplaatsen her en der op de pleintjes.

Tijdens het diner voegt Frans Dinge zich bij ons om te vertellen over de lodge en de omgeving en te filosoferen over de zaken die het leven kleur geven. Frans is een innemende man die honderduit kan vertellen over zijn vele avontuurtjes met de dames, de bouw van de lodge en het leven in het dorp. Gids Lindy hoort het maar stilzwijgend aan. Lindy zit op de universiteit in Paramaribo en is tijdelijk werkzaam voor Frans om zo geld te verdienen voor het volgende schooljaar. Lindy is overdreven beleefd maar vergeet soms even dat het niet netjes is om constant op je telefoon te kijken. Lindy schreeuwt om informatie, 24 uur per dag. Er valt ook nog zoveel te leren op het Internet.

Dag 8. Zaterdag 28 september - jungletocht naar de Okkoberg.

Het is nu gedaan met luieren want er staat voor vandaag een lange wandeltocht op het programma naar de nabijgelegen Okkoberg. Om half 10 komt bootsman Djerry aangevaren met de korjaal en kunnen we op pad. Na een half uurtje varen wanen we ons ver van huis en diep in de jungle. Hoog in de bomen zitten toekans en we zien veel reigers en roofvogels. We draaien een kreekje in en starten met de 3 uur durende wandeling dwars door het woud. Lindy vertelt over de flora en fauna terwijl Djerry zo nu en dan een tak omhakt. Rob spot een gifkikker die fel geel en blauw gekleurd is. Met regelmaat glipt er een slang weg en zien we de dikke webben en holen van vogelspinnen. Het is met een graadje op 30 al erg warm en het dikke bladerdak biedt maar weinig verkoeling. Een aantal keren moeten we over een waterpartij waarbij we stokken gebruiken en over bomen balanceren. Het is een avontuurlijke tocht die langzaam zijn tol begint te eisen.  De dames beginnen vermoeid te raken en Rob krijgt last van een warmloper. Drinken, heel veel drinken is het advies. Lindy jaagt ons ondertussen op om vaart te maken want het is nog een lange weg naar de Okkoberg. Daar hadden we even niet meer aan gedacht maar op het eind gaan we de 280 meter hoge granietrots beklimmen om zicht te krijgen over het oerwoud. Anita en Brenda zijn zo verstandig om niet aan de loodrechte klim te beginnen maar Paul en Rob laten zich niet kennen (hoewel er wel wat overtuigingskracht van Lindy aan te pas komt). Paul oogt nog fris en gaat voorop. We klimmen soms loodrecht omhoog waarbij we lianen en richels moeten gebruiken om omhoog te komen. Boven op de berg is het bloedheet en het laatste stuk gaat over een kale rots, recht onder de brandende zon.

Eindelijk zijn we dan boven. Paul ziet even een cactus over het hoofd en krijgt de dikke naalden in zijn onderbeen. Onder een bosje voert Lindy een noodoperatie uit, Rob gaat ondertussen flink aan de Dextro om te herstellen. Onze inspanning wordt wel beloond met een prachtig uitzicht over het bos. Volgens Rob hebben ze daar vliegtuigen voor uitgevonden... De plantengroei op de bergkam verschilt opeens enorm; waren er eerst varens en eeuwig groene planten, nu overheersen allerlei soorten cactussen en distels.

Na een korte rust klauteren we terug naar de meiden en Djerry die onder aan de berg op ons wachten. We beginnen aan de lange wandeling terug naar de boot en worden getrakteerd op een heuse tropische regenbui. Het is ook meteen de laatste keer dat we echt last hebben van de regen in de vakantie.

Terug op de Lodge is de vermoeidheid van de tocht weer zo vergeten en we genieten nog van de rust en het contact met de kinderen die nu langzaam op gang durven te komen. We maken ook nog een babbeltje met een Belgische schoolmeester die voor een half jaar als vrijwilliger naar het dorp is gekomen en gaan dan vroeg naar bed.

Dag 9. Zondag  29 september - bezoek aan de dorpen  Moitori en Ligorio en de stroomversnelling van Awarradam.
 
Frans snapt het tenminste! Iedere morgen rond een uurtje of 6 staat er een thermoskan met heet water en koffie klaar op onze veranda's. De mist begint rond dit tijdstip te glinsteren door de eerste zonnestralen en het is het mooiste moment van de dag om met een bakkie koffie gewoon lekker wat te zitten en rond te kijken.
Kort na het ontbijt zitten we alweer bij Djerry in de boot om de naburige dorpjes te bezoeken. Brenda blijft bij de cabin, ze voelt zich niet lekker. Natuurlijk moeten we een souvenir kopen maar och, tis voor een goed doel. We zien de kosgrondjes, het schooltje en een nieuwe korjaal in aanbouw. Een aardige jonge vent klimt voor ons in een boom om de vruchten van een cashewboom te plukken. Wie zien een aapje in een kooitje en een tamme papagaai die rustig door het dorpje wandelt. Djerry woont in dit dorp en hij laat ons apetrots de woning van zijn nicht zien. Het huisje bestaat onder andere uit een centrale ruimte waar de potten en pannen tegen de muur zijn uitgestald. Hoe meer variatie en hoe beter ze blinken, des te hoger de status van de bewoners. Uit alle hoeken en gaten komen ondertussen kinderen tevoorschijn die het leuk vinden om gefotografeerd te worden. Rob heeft een nieuwe kleine vriend opgedaan die meteen in zijn Crocqjes schiet als hij vraagt om met ons mee te lopen. Het is een guitig ventje met grote nieuwsgierige ogen.


Ons verblijf in Kajana bestaat ook uit relaxte dingen want na de lunch varen we stroomopwaarts naar de watervallen van Awarradam om er te zwemmen en te zonnebaden. Frans besluit met ons mee te gaan en we maken een mooie tocht over de rivier tot aan de watervallen waar spelende kinderen het decor van de waterval verder aanvullen; het is een stukje paradijs op aarde met helder en vooral verkoelend water. Op weg terug naar de lodge zien we veel vogels maar fotograferen vanuit het niet al te stabiele bootje valt tegen. Het is echter de enige manier om al het moois op foto vast te leggen want de rivier gaat overal naadloos over in het dikke bos.

De zwemtocht heeft ons zichtbaar goed gedaan en zorgt ervoor dat we vanavond toch snel in slaap vallen. Even schrikken we als we een teek zien, vastgebeten op ons lijf maar dokter Paul komt gelukkig snel te hulp. In tegenstelling tot in Europa zijn teken hier geen dragers van ziekten zegt men.


Via Kasana wandelen we terug naar de rivier. De festiviteiten zijn nog steeds in volle gang en een aantal vrouwen zijn bezig om met zware stammen de rijst los te stampen. We mogen het ook even proberen en merken dat het zwaar werk is. Lindy zegt dat men het op prijs stelt als er een kleine bijdrage wordt gegeven aan het dorp. We geven een luttel klein bedrag en worden als helden bedankt en toegeklapt. Op de achtergrond dankt een man ons door de speakers van de geluidsinstallatie die ons al 2 nachten heeft wakker gehouden. Dankjewel lieve gasten voor jullie bezoek! De kapitein van het dorp komt ons de hand schudden en bedanken voor de gift. Hier zijn de mensen nog oprecht dankbaar.Vanavond zal het helaas voor ons weer feest zijn in het dorp. De avond ervoor werd er tot een uurtje of 2 harde bonkmuziek gespeeld in het dorp, ter ere van de overledene uiteraard. Vanavond vormt een groot feest met dans en zang de climax van het begrafenisritueel. Dat wordt weer oordoppen indoen.


Dag 10. Maandag 30 september - terug naar Paramaribo.    

Om iets van Suriname te zien zul je telkens terugmoeten naar de hoofdstad om een nieuwe toer te maken. Rond het middaguur zal Bluewings airlines ons weer komen ophalen. Tot die tijd zijn we vrij om de ochtend in te vullen. De kinderen zijn ondertussen al hun schroom kwijtgeraakt en dwingen ons om met ze te spelen. Ook de vrouwen komen nu wat losser en maken voorzichtig een praatje. De tijd vliegt en als we van het ene op het andere moment een vliegtuig over zien scheren weten we dat we spoedig zullen vertrekken. We hebben de kans gekregen om van dichtbij kennis te maken met de Marronbevolking van het dorp. Frans komt vertellen dat de lijkkist ieder moment uit het dorp gedragen kan worden om hem per boot na de begraafplaats te brengen. Hij is van mening dat de cultuur van de Marron bewaard moet blijven en stelt voor om met een camera wat foto's te maken van het ritueel. Wij worden uitgenodigd om als laatste eerbewijs te kijken naar de uittocht. We zien vervolgens een korjaal met de grote kist de rivier afvaren, gevolgd door een kleurrijk geheel van bootjes en mensen. Het is de slagroom op de taart van 4 dagen Kosindo.

Met de boot varen we terug naar de vliegstrip en melden ons bij de beheerder. Het is er een drukte van jewelste met lokale mensen. Een grote dubbelmotorige Twin Otter landt als eerste en wordt snel leeg gelanden. Nadat er nog een Cessna binnenkomt, zien we de blauwwitte 208 van Bluewings laag aan komen scheren over de rivier. Het zal toch niet meneer Jan weer zijn?

En jawel hoor, Jan komt ons oppikken maar heeft weer een snelle tussenlanding in gedachte. Wat later zijn we al opgestegen en weer geland op een kleinere strip. Een oude man wordt opgevangen door de dorpsgenoten en we kunnen weer verder richting Paramaribo. Onderweg zien we de immens grote kuilen die de Bauxietmijnen vormen waar Suriname voor een groot deel zijn geld mee verdient. Of het woud daar ooit nog terug zal keren is maar de vraag?

Ruim voor de avond staan we weer terug op Zorg en Hoop. Als we een taxichauffeur aanspreken om te onderhandelen over de prijs blijkt deze ineens verdubbeld te zijn. Daar trappen we natuurlijk niet in! Onder protest haakt de man af waarna we een vriendelijke ogende Javaanse man bereid vinden om ons voor de normale prijs naar het Guesthouse te brengen. Rob weet ondertussen nog dat er bij 't Vat frikadellen op de kaart stonden en later op de avond zitten we daar weer op het terras om te dineren. Voor Anita krijgt de saté nog een vervelend staartje want 's-nachts moet ze overgeven en voelt ze zich doodziek. De volgende ochtend voelt ze zich gelukkig weer beter.

Dag 11. Dinsdag 1 oktober - van Paramaribo naar Kabalebo.
 
Hoezeer we ook gehecht beginnen te raken aan het Guesthouse, we moeten verder met het programma dat ons weinig rust geeft. En dat is ook helemaal niet erg als je weet wat er op het programma staat voor de komende 4 nachten. We vertrekken vandaag per bushvliegtuig naar Nature Resort Kabalebo, een schitterende lodge in het Westen van Suriname. Dit resort ligt in het ongerepte Amazonewoud langs de rivier de Kabalebo. Buiten de lodge leven geen mensen zodat er nog veel wild leeft. Erna het in haar reisprogramma bewust het beste voor het laatst bewaard! We rijden weer met de taxi naar vliegveld Zorg en Hoop en melden ons bij Gum Air voor de vlucht naar Kabalebo. In tegenstelling tot de vorige keer worden we nu ontvangen aan een nette balie waar een overvriendelijke jongedame ons begroet en behulpzaam is met de bagage. In de wachtruimte krijgen we cake met een verfrissend drankje en de vlucht gaat precies op tijd. We ontmoeten andere Nederlanders die met ons mee zullen vliegen naar de lodge. Het vliegtuig van Jan had zijn beste tijd wel gehad maar Gum Air vliegt met een hagelnieuwe Cessna 208B Caravan met leren stoelen en de duurste navigatieapparatuur. Het is een prachtige vlucht over uitgestrekte brocolliwouden tussen kilometers hoge wolken door. Het eerste wat we zien van de lodge als we gaan dalen zijn de kabana's langs het water. Laten wij nou de gelukkigen zijn om daar 4 nachten te vertoeven!

Na de landing worden we verwelkomd door Vivian, de manager van de lodge. Deze Nederlandse dame verwelkomt ons met een flair die Tattoo uit de televisieserie Fantasy Island niet zou misstaan. De lodge doet er alles aan om het verblijf zo prettig mogelijk te maken. Het welkomstdrankje en de lunch stralen dat al uit en Vivian maakt ons wegwijs in de geneugten van de lodge. Zo is er een mooi zwembad en een prachtige tuin. Voor de inwendige mens zijn er hapjes en drankjes en elke vraag is welkom. Wij hebben de cabana's aan de rivier geboekt die zo'n 1,5 kilometer van de lodge vandaan liggen. Het is goed te lopen maar voor het gemak is er een golfkarretje om ons heen en weer te rijden. Helaas zal dat na de eerste rit kapot gaan zodat we telkens per boot opgehaald worden maar dat is telkens weer een heuse belevenis.
De River Cabins staan hoog op palen langs de rivier. Ervoor ligt een klein strandje waar regelmatig kaaimannen zonnebaden. Met wat geluk zie je Capibari's (de grootste knaagdieren op aarde) of Tapirs langs het water. Als wij die middag onze intrek nemen in de cabins worden we opgeschrikt door het geluid van Ara's. Naast onze cabin staat een palmboom die vol vruchten zit en kennelijk zoveel aantrekkingskracht heeft op de Ara's dat ze er telkens naar terugkeren. Vanaf enkele meters afstand zien wij hoe de Ara's de keiharde noten lospeuteren en oppeuzelen. De kleurenpracht van deze grote papegaaiensoort is nauwelijks te evenaren.

We genieten van de airco en de blik op de rivier en roepen wat later via de walkie talkie naar de lodge om ons op te komen halen. Brenda en Anita besluiten om niet mee te gaan lopen in het bos omdat ze nog aan het uitzieken zijn. Ze willen echter wel mee naar de waterval en dus zullen ze later met een bootje worden opgehaald en zich bij ons voegen.

Paul en Rob melden zich bij Giovanni, een jonge praatgrage gast die ons mee zal nemen voor een korte wandeling door het oerwoud. We lopen langs het wrak van een Beechcraft G18S, een vliegtuig dat in 1965 eerder crashte tijdens de landing en nu wordt overwoekerd door bomen. De boswandeling herinnert er ons weer aan dat het warm en vochtig is. Giovanni leert ons veel over de planten en laat ons ruiken, proeven en voelen. Op het pad toont hij ons de sporen van een jaguar en hij vertelt enthousiast hoe hij eerder dat jaar een Jaguar zag lopen langs de rivier. Yep, we zijn aangekomen in het territorium van de Jaguar. Helaas is de kans er eentje te zien heel erg klein. Ze zijn schuw en meesters in camouflage. Na een kleine anderhalf uur komen we weer aan bij de rivier. Hier zal een bootje ons komen oppikken en herenigen met de dames.We hebben nog wat vragen als we de kleding van Giovanni onbeheerd aan de achterkant van de rots vinden. Hij is zelf nergens te bekennen. Blijkt dat hij zich al heeft omgekleed voor de zwempartij een stukje verder.

Wat later komt er een korjaal aangetuft met daarin Brenda en Anita, breed lachend en zitten in een luxe tuinstoel. Ut mot toch al nie gekker worre! We varen een stukje verder de rivier op en stoppen bij een kampje met een strandje. We plonzen al snel het water in en genieten van het lage zonnetje van het einde van de dag. Natuurlijk mag het aan niets ontbreken en dus hebben ze handdoeken, koude drankjes en chips meegenomen. Voor de Piranha's hoeven we ons hier geen zorgen te maken. Op de terugweg zien we veel reigers maar ook ijsvogels en een troep doodshoofdaapjes die foerageren langs de waterkant. Mooie beestjes die meneer Nielsons.
Terug in de river cabin krijgen we te horen dat de golfkar kapot is gegaan. Ze halen ons rond 7 uur op met de boot voor het diner. Het is dan al donker en we varen over een pikzwarte rivier naar de steiger van de lodge toe. In het licht van de zaklamp lichten de oogjes van een aantal kaaimannen op.Als we naar de lodge wandelen, struikelen we ergens over. Het blijkt een dikke vette pad te zijn, ongeveer ter grootte van een grote tennisbal. Het veld blijkt ermee bezaaid te zijn. Op de lodge vragen we naar de padden. Och, niks aan de hand hoor, dat zijn onze rugbybalpadden. We hebben ook tennisbalpadden, voetbalpadden en ga zo maar door. Onder de steiger moeten vogelspinnen te zien zijn die zodra het donker wordt hun van spinnenweb gemaakte nest verlaten om te gaan jagen. We checken het straks wel even, nu is het vooral genieten van een uitbundig diner in stijl.

Na het diner wordt het programma voor de volgende dag besproken. Een aantal gasten zal een wandeling gaan maken naar de Moi Moi watervallen. Wij besluiten, gezien de activiteiten van de dagen ervoor, een dagje rustig aan te doen en wat te gaan luieren bij het zwembad.

Dag 12. Woensdag 2 oktober - Verblijf in Kabalebo.
 
Even rust! Er is toch niet zo veel verkeerds aan om een dagje te genieten van de geneugten van een luxe lodge, wat te zwemmen en te lezen en gewoon te genieten van de omgeving. Daar is vandaag de dag voor aangebroken! We maken een mooie wandeling over het complex en duiken het zwembad in. De rest van de middag luieren we wat in de hangmat en genieten van de Ara's die druk doende zijn met de laatste noten aan de palmboom naast de river cabin.

Dag 13. Donderdag 3 oktober - Verblijf in Kabalebo. 

Vanochtend varen we met de groep een klein uurtje stroomopwaarts naar Zandkreek. Hier ligt een mooie waterval die uitnodigt om te zwemmen. De gidsen en bootsmannen hebben ondertussen mooi de kans om wat te vissen en wij doen ons te goede aan het koele water van de rivier. De lunch is door de gidsen meegebracht en zonnend op de stenen laat we het ons smaken. We hebben danwel niet gekozen om te gaan lopen vandaag, dit is toch ook wel erg ontspannend en we zien nog best wel wat dieren ook.Na de tocht wandelen we op het gemakje terug naar de river cabins met de hoop een glimp op te vangen van de luiaards die hier ook wonen.  We vinden ze niet maar worden bij de river cabins wederom verwelkomd door een groep krijsende Ara's.

Gewapend met zaklampen gaan we die avond op weg naar de lodge voor het diner. We speuren onder het bootshuis en de steiger naar vogelspinnen en vinden er 2, een donkere en een lichte. Hoewel iets kleiner als in Belize dwingen ze respect af bij de gedachte dat ze thuis aan het plafond zouden hangen. Laverend tussen de padden door bereiken we de lodge. Anita heeft de avondtour geboekt om de ocelotten te zien maar die hebben kennelijk een dagje vakantie. Vlak naast de lodge legt men iedere avond een dode Piranha en wat kip weg in de hoop dat een Ocelot op het eten afkomt. Morgen hebben we gelukkig nog een kans. Als de boot ons later in het donker terugbrengt om te gaan slapen zien we op ons strandje een flinke kaaiman liggen. Zodra we voet aan land zetten duikt hij weg. We kijken er al niet eens meer van op.

Kabalebo heeft voor een ieder wat te bieden en even hebben we spijt dat we minder lopen dan we normaal gesproken doen. Tegelijkertijd realiseren we ons dat de omgeving van de lodge zo mooi is dat je eigenlijk niet op pad hoeft. Bovendien, zittend op het terras van de river cabin onder het genot van een vers gemaakt bakje koffie heb je alles om je heen en dat vanuit de hangmat of luie stoel.

Dag 14. Vrijdag 4 oktober - Verblijf in Kabalebo.

Voor de echte klimmers bestaat vandaag de mogelijkheid om een stuk van de Misty Mountain te beklimmen die als een baken boven het oerwoud uitsteekt. Het is een lange wandeling met een flinke klim. Er is een alternatief, namelijk een lange boottocht naar de Was Wasie watervallen met de mogelijkheid om te zwemmen. Vanaf het water is er genoeg wild te spotten en bijna iedereen, met uitzondering van enkele jonge goden, kiest voor het boottochtje. Met 2 korjaals gaan we op pad. Rob wil graag Piranha's zien en vraagt of er gevist kan worden. De gids heeft een hengeltje meegenomen en wat stukjes kip. Na ongeveer een uurtje varen over de adembenemende rivier stoppen de motoren om een stukje op de stroom mee te kabbelen en wat te vissen. De bootsman vist met een stukje ananas op Pacu, de vegetarische variant van de Piranha. De gids prikt een stukje kip op een veel te grote vishaak en gooit in. Al na enkele seconden beginnen de Piranha's te bijten en al snel komt het eerste exemplaar naar boven. Het is een flinke vis die volgens de gids tot de medium size behoort. Hij pakt de vis achter de kieuwen en laat zien wat voor scherpe tanden de Piranha heeft door hem op een blad te laten bijten. De kaken klappen meteen dicht en bijten een stuk uit het blad alsof het met een scheermesje is afgesneden. Met de Piranha's valt niet te spotten en we huiveren bij de gedachte om hier om te slaan. Zolang je maar geen wondjes hebt kun je de kant nog wel halen maar anders...

De Was Wasie watervallen liggen op een heel mooi stuk in de rivier, omgeven door dikke bomen en lianen. In de schaduw en onder een boom wordt het kamp opgezet en iedereen poedelt in het bruisende water. Als Brenda en Anita met de beentjes in het water zitten drijft er zomaar een kaaiman voorbij die de controle is kwijtgeraakt in het snel stromende water. We weten nog niet wie het meest van wie is geschrokken maar het diertje was zichtbaar uitgeput.

Tijdens het diner hebben we geluk want de Ocelot heeft kennelijk de vanmiddag gevangen Piranha geroken en is achter een huisje van één van de medewerkers aan het smikkelen. We lopen mee met de gids die met haar zaklamp op de Ocelot schijnt. Het is een vrouwtje die zich er niks van aantrekt en we kunnen wat foto's maken. Wat later verschijnt ook haar jong en heel even wordt het spannend als er een mannetje op de visgeur afkomt. Vandaag is iedereen goed gemutst en er gebeurt verder weinig. 3 Ocelotten op één plek is toch redelijk bijzonder. De Ocelot ziet eruit als een flink uit de kluiten gewassen kat met het velletje van een Jaguar, een prachtig dier dus. Het valt ons op dat de nek vrij lang is, een typisch kenmerk van de Ocelot. 

Dag 15. Zaterdag 5 oktober - van Kabalebo naar Paramaribo.

Aan alle goede dingen komt een eind, zo ook aan Kabalebo. Voor de ochtend staat er nog een korte kayaktocht op het programma waarna we na de lunch zullen terugvliegen naar Paramaribo. Met in het achterhoofd de Piranha's en de slechte band tussen Rob en alles wat op een Kayak lijkt besluiten we nog een poging te doen een luiaard te vinden die zich langs de rand van de airstrip moeten ophouden. We horen van alles in de bosrand maar zien geen luiaard. We nemen afscheid van de bijzondere river cabin. Zoveel luxe midden in de jungle is eigenlijk niet voorstelbaar maar Kabalebo heeft het gewoon! De rekening voor de extra drankjes is tot een minimum beperkt gebleven en dat geeft al aan dat de gasten niets tekort komen. Met een stevige lunch eindigt ons oerwoudavontuur in het Westen van Suriname. De dag is echter nog niet om en neemt een vreemde wending als net het middaguur niet alleen de Cessna 208 landt maar ook een oude Cessna 206. Rob kan het niet laten om een praatje met de vlieger te maken die vertelt dat hij wat vracht komt ophalen. Hij krijgt het geregeld dat Paul en hijzelf met de 206 kunnen terugvliegen. De vlieger heeft ook wel zin in een verzetje en wil nog wel wat vliegmanoevers oefenen... Op het laatste moment krijgen 2 andere gasten ons privéverzetje in de gaten en nestelen zich snel achterin het kleine kistje. Door het extra gewicht zijn aerobatics niet meer mogelijk helaas maar de vlieger maakt nog wel een extra rondje over de lodge waarbij hij na een scherpe duikvlucht loodrecht optrekt. Anita en Brenda zijn ondertussen al onderweg in de grotere Cessna terwijl wij het langzaam koud beginnen te krijgen. De Cessna klimt naar 9500 ft. en omdat de deuren niet helemaal goed sluiten raast de koude ijle lucht langs de spleten naar binnen toe. Anderhalf uur later landen we met een paar koude voeten op Zorg en Hoop. Het was een tof ritje ondanks de beperkingen om een beetje te stunten.

Bij Guesthouse Amice is alles nog bij het oude, de vaste gasten zitten aan de Parbo op de veranda en de eigenaar heeft nog steeds dezelfde lach op zijn gezicht.
Om Paramaribo geheel in stijl af te sluiten eten we vanavond nog een keer bij De Waag, een monumentaal gebouw bij het water waar het eten voortreffelijk is. Erna van That's It Tours komt nog even langs om te checken of alles naar wens is verlopen. We kunnen alleen maar vol lof zijn over Suriname, over Paramaribo, over de mensen, gewoon over alles. Ze geeft ons een boek waarin muurschilderingen staan afgebeeld van bekende straatschilders in Paramaribo. Ehhh, dat is ons even ontgaan maar bij het zien van het boek valt het kwartje. Gelukkig moeten we morgen vliegen anders hadden we heel de stad nog rondgereden op zoek naar die mooie schilderijen. Op weg terug naar het Guesthouse rijden we nog even door de rosse buurt van Paramaribo. Aan het einde van de straat staat een mooi oud huis met een afgebladderde Parbo-reclame.

Morgenvroeg komt er een einde aan 2 weken Suriname en reizen we door naar Curaçao. Dat zal nog wel even een cultuurshock gaan brengen! Voor nu is het koffers pakken en rustig slapen gaan.

Dag 16. Zondag 6 oktober - van Paramaribo naar Curaçao.

Om stipt kwart voor 7 staat het taxibusje voor Guesthouse Amice om ons naar het vliegveld van Zanderij te brengen. Door de zondagsmarkt kan het wel eens wat drukker zijn maar we kunnen toch lekker doorrijden en komen ruim op tijd aan op het vliegveld. Daar worden ze net wakker en we checken in bij de balie van de SLM voor een 3 uur durende vlucht naar Curaçao. Onderweg zullen we een tussenstop maken in Port of Spain op Trinidad.

Precies op tijd stijgen we op en laten Suriname achter ons voor het volgende avontuur. Er is ruim voldoende zitruimte in de Boeing en de bediening is ok. Anderhalf uur later staan we ineens op Trinidad voor het oppikken van wat extra passagiers.  Na weer eens anderhalf uur vliegen doemt dan eindelijk Curaçao op. We zien de Cristoffelberg liggen, windmolens en vooral veel schoorstenen en olietanks. Het eiland is duidelijk een stuk groter dan Bonaire.

Heel soepeltjes verloopt het ophalen van de koffers en oppikken van de huurauto bij de verhuurmaatschappij. Er staat een nieuwe Kia voor ons klaar die voldoende ruimte biedt aan 4 personen en een aantal koffers. Met de kaart in de hand rijden we het vliegveld af richting Jan Thielbaai, helemaal aan de zuidoostpunt van het eiland. De bewegwijzering laat nogal te wensen over want we krijgen het maar niet voor elkaar om op de hoge brug te komen die naar de andere kant van Willemstad leidt. Na enige irritatie en wat navragen (we zijn dan al bijna de pontjesbrug overgereden) rijden we dan toch eindelijk over de hoge brug die het mogelijk maakt om zelfs de grootste schepen te laten aanmeren in de binnenhaven van Curaçao. Op Kabalebo hadden we ons nog laten voorlichten door iemand die op Curaçao woont en hij had ons verzekert dat we na de brug tussen de McDonald's en de KFC heen moeten rijden. Met wat kunst- en vliegwerk vinden we de kruising en komen uiteindelijk uit op de Caracasbaaiweg, de route naar de Jan Thielbaai.

Wat later zien we eindelijk de ingang van het Chogogo Resort en checken in. Zucht, dat viel toch even niet mee. Aan de eindstreep vallen de prijzen en we zijn dan ook verheugd als we de tuindeuren van onze bungalow openen. Wat een lekker plekje voor de komende dagen! Een ruime kamer met open keuken en 2 slaapkamers met aparte badkamer moet voldoende zijn om een weekje op Curaçao door te komen. De boodschappen voor het ontbijt kunnen we nota bene om de hoek doen bij de Appie Hein en het strand is slechts een paar minuutjes lopen.

Na de verhitte rit naar het resort willen we snel zien wat het strand ons te bieden heeft en we lopen het resort af om over te steken naar het strand. Het is krap 5 minuutjes lopen en het blauwe water ziet er aantrekkelijk uit. Vandaag is het zondag en het is druk op het strand met lokale mensen die een dagje vrij vieren. De eettentjes staan kort op elkaar gepakt en het strand staat vol met strandbedden die in huurprijs per dag variëren van een paar euro voor een simpel bedje tot 50 dollar voor een luxe dubbele bedbank met afdak. Wat verder achterin zitten een paar duurdere restaurants die ook een luxer (en duurder) strand voor de deur hebben met een heus zwembad met zeewater. Een DJ draait er moderne muziek en er hangt een sfeertje van zien en gezien worden. We kijken nog even of de duikschool open is maar het is ondertussen al over zessen en dat zal tot morgen moeten wachten.

Als duiker kun je natuurlijk niet naar Curaçao gaan zonder een paar duikjes te maken. Paul en Rob lopen binnen bij het duikcentrum op het strand en checken de prijzen die best meevallen als je zelfstandig kunt duiken. We zoeken de spullen uit die we nodig hebben en Rob moet het zonder shorty doen, de grootste maten zijn al uitgeleend. Met een watertemperatuur van 29 graden kan het ook prima in de korte broek. De dames hebben geen zin om te duiken en kijken vanaf het strandbed toe hoe Rob en Paul te water gaan vanaf het strandje.

Het lijkt in eerste instantie zonde van de tijd want de bodem is kaal en zanderig en het zicht valt ook wat tegen. Eenmaal over het rif neemt het zicht snel toe, komen de vissen tevoorschijn en doemt de diepte op in de vorm van een wand die tot een meter of 40 naar beneden gaat. De wand is mooi begroeid met harde en zachte koralen en er zit heel veel vis. We zakken tot onder de 30 meter en genieten van de duik. Tis echt de moeite waard en we zijn lekker onder water. Later op de middag maken Paul en Rob nog een 2e duik.

De zonsondergang dwingt ons op het strand te blijven en we eten bij een BBQ-restaurant op het strand. Er heerst een gemoedelijke sfeer en het koelt buiten ook nauwelijks af. Jan Thielbaai ademt een vakantiesfeer uit die je mag verwachten van Curaçao. Rob piekert ondertussen of hij het nog wel een paar dagen vol kan houden want luieren op een strandbedje is niks voor hem. Och, nog genoeg te zien!
Dag 17. Maandag 7 oktober - Verblijf Curaçao.

Dag 18. Dinsdag 1 oktober - Willemstad en Dolphin Academy.

Het kan natuurlijk niet zo zijn dat je op het eiland bent geweest en de pontjesbrug niet hebt gezien. We hebben niet voor niets een huurauto en rijden vroeg in de ochtend naar het centrum van Willemstad. We parkeren net buiten het centrum en sjokken richting de pontjesbrug waar het zo vroeg in de morgen nog lekker rustig is. Het is toch wel een bijzondere brug en de vergapen ons aan kleurrijke scenery er omheen. Toen we over de brug reden zagen we een tanker de haven binnenvaren. We hopen dit van dichtbij te kunnen bekijken en nestelen ons op een terrasje langs het water. Ook vroeg in de morgen is het al dorstig weer en als er na enkele drankjes slechts een klein zeilbootje door de brug is gevaren lopen we verder naar de winkelstraten. De oude gekleurde panden zorgen voor een gezellige sfeer. We komen uit bij de drijvende markt waar wat schepen uit Venezuela proberen hun vis aan de man te brengen. Ook zijn er veel kraampjes met verse groenten. Het is wel balen om te zien dat er een kleine dode Bullshark voor consumptie wordt aangeboden.
Het is ondertussen een uurtje of half 12 en we hebben onze zwemkleding niet voor niets alvast aangedaan. Mambo Beach is akelig snel gevonden en als we de auto parkeren zien we dat het Curaçao Sea Aquarium om de hoek ligt. Bij de kassa checken we even hoeveel de entree is. De blikken worden afgeleid door de posters die er hangen over de Dolphin Academy. Je kunt hier met dolfijnen zwemmen, snorkelen en duiken als je maar bereid bent flink in de buidel te tasten. Als je een programma boekt dan mag je de rest van de dag gratis in het Sea Aquarium blijven.

Na enig overleg vinden de dames dat Rob en Paul maar eens moeten informeren naar de mogelijkheden. Brenda en Anita willen graag snorkelen of zwemmen maar Rob en Paul zien het wel zitten om op volle zee met de dolfijnen te duiken. In de koele ruimte van de Academy laat een vriendelijke meid de opties zien die flink aan de prijs zijn. Maar, zo stellen we, je bent hier niet iedere dag en als het meisje zegt dat er over een kwartier een gaatje is om met zijn viertjes met de dolfijnen te snorkelen happen we toe. We gaan als de brandweer terug naar de ingang waar de dames meer dan verrast zijn. Ze moeten even in de volle versnelling want ze hadden niet verwacht dat ze een kwartier later al in het water zouden liggen.Een paar minuten later staan 4 hyperactieve Nederlanders al in een leslokaal om van de begeleider te horen wat er te gebeuren staat en wat wel en niet mag bij de dolfijnen. We mogen ze niet met uitgestrekte hand aanraken aan het hoofd, ogen of luchtgat. We moeten de instructies strikt opvolgen en vooral genieten. De ontmoeting met 2 dolfijnen en een baby zal ongeveer 45 minuten duren.
Buiten bij het bassin zien we de dolfijnen al rondjes zwemmen en we springen snel in het water. Allereerst moeten we zonder snorkel één voor één voor het platform in het water gaan liggen. De dolfijnen komen naast ons uit het water en we worden begroet met een kus op de wang. Het voelt meteen goed en we duiken en spelen ruim een half uur lang moet de onvermoeibare dolfijnen die het echt leuk lijken te vinden. Rob heeft ineens een opstandige dolfijn om zich heen die op zijn rug luid klappend met zijn vinnen in de speelmodus gaat. Het dier krijgt meteen een standje van een bemoeizuchtige Nederlandse stagiaire. We zijn het er niet zo mee eens eigenlijk.

Het dolfijnenavontuur is om voordat we er erg in hebben. Het meeste indruk maakt de wijze waarop de dolfijnen met ons snorkelaars communiceren. Onder water is goed te zien dat ze ons goed in de gaten houden en als ze horen dat je inademt om onder te duiken weten ze meteen wat ze te doen staat. Nog onderste boven van de ervaring met de dolfijnen bollen we nog een tijdje verdwaasd over het complex van het Sea Aquarium. Er zijn flamingo's, verpleegsterhaaien, roggen en aquaria die een goed beeld geven van het onderwaterleven rond het eiland. De dag is weer omgevlogen en na een stevige maaltijd in een restaurant aan het strand houden we het voor vandaag voor gezien.

Dag 19. Woensdag  9 oktober - de Nationale Parken van Curaçao.

Het Noorden van Curaçao vormt een beetje het achterland van het eiland. Het is er beduidend rustiger als in het zuiden en er liggen naast pittoreske hotelletjes ook 2 nationale parken. Brenda en Paul hebben besloten om een dagje aan het strand te blijven en dus rijden Anita en Rob iets na negenen met de gehuurde KIA richting het Noorden. Het rijden gaat al wat relaxter en het lijkt alsof er van West naar Noord een boel meer borden geplaatst zijn. Het is toch nog bijna 60 kilometer rijden van de ene- naar de andere kant van het eiland. Het is na Willemstad een rustige weg met cactussen en hier en daar een huisje. Voor de ingang van het Christoffelpark staat het bezoekerscentrum waar we kaartjes kopen en een munt krijgen om de slagboom van het park te openen die aan de overkant van de weg ligt. In het park is een enorme variatie aan flora en fauna te vinden waaronder soorten die nergens anders op het eiland voorkomen. Het park heeft mooie vergezichten en wandelroutes maar gezien de warmte besluiten we de loop te rijden en zo af en toe eens te stoppen. We zien de resten van Plantage Savonet, één van de eerste plantages op het eiland en vergapen ons aan de doorkijkjes.  Bij het pad naar de top van de Christoffelberg zien we juist 3 Nederlanders terugkeren van hun klim. Ze maken een uitgeputte indruk en we zijn blij dat we geen zin hebben om te klimmen vandaag. De weg in het park is met regelmaat erg stijl en dat maakt het een leuke rit. Na anderhalf uur rijden we de slagboom weer uit, op naar Shete Boka.
Shete Boka betekent "Zeven Inhammen."Dit park grenst aan het Christoffelpark en je kunt er de ruige kust en de indrukwekkende blowholes zien die het water metershoog de lucht in spuiten. Het is een erg ruig gebied met weinig schaduw maar er zijn zandpaden om met de auto naar de belangrijkste viewpoints te rijden. Gelukkig maar want het is erg heet en we moeten drinken of ons leven ervan afhangt. Boka Pistol is een groot gat dat het geluid maakt van een pistoolschot als de golven het water het gat in persen. Indrukwekkend watergeweld. Aan de andere kant bekijken we de Natural Bridge. Ietwat oververhit stelt Anita voor om een strandje te zoeken om even te rusten.

Na Westpunt blijkt het te krioelen van de hotelletjes met mooie kleine strandjes. Toch even wat anders als de massale drukte van Jan Thiel. Anita trekt de stoute schoenen aan en gaat snorkelen in een baaitje. Er zit  veel vis en ze frist er lekker van op. Een half uurtje later rijden we richting St. Willibrordus met de hoop de flamingo's te zien bij Jan Kok. We hebben geluk, een stuk of 10 vogels staan in het zoute water, ze steken mooi af tegen de groene achtergrond van een heuvel achter het meer.

Op de weg terug naar Jan Thiel kan Rob het toch niet laten om nog eens verkeerd te rijden. Na een zucht en een gelaten blik op Willemstad vinden we de route naar de brug weer terug en komen een klein half uurtje later aan bij de bungalow waar Brenda al klaarstaat met koude drankjes. Het was een mooie dag en we hebben toch nog iets meer van het eiland kunnen zien.

Dag 20. Donderdag 10 oktober - de laatste dag op Jan Thiel.

Morgen vliegen we alweer terug naar Nederland dus het is zaak om het vakantiegevoel nog een dagje vast te houden. Dat doen we op het strand. Paul en Rob maken nog 2 duikjes en de meiden luieren en zwemmen nog wat. Nog éénmaal zien we de mooie zonsondergang en besluiten dat het diner op het strand een mooie afsluiting is van 3 weken tropisch genieten.

Dag 21. Vrijdag 11 en zaterdag 12 oktober - terug naar Nederland.

Jakkes, vanochtend kunnen we nog even aan het zwembad liggen. Om 11 uur pakken we de koffers in en checken uit bij Chogogo. We rijden rustig naar het vliegveld, leveren de auto in en checken in bij de balie van KLM. De checks gaan heel soepeltjes, we drinken nog wat in een barretje en kopen belastingvrije spulletjes in. Om kwart voor 4 stijgt de Boeing op voor een vlucht van 8 uur en 50 minuten naar Schiphol. Er volgt een diner en voldoende drinken om de nacht door te komen. Rob neemt 2 slaappillen in en valt als een blok in slaap, de anderen hebben minder geluk helaas. Het is nog donker als de grote blauwe vogel landt op de Polderbaan. Jeetje, weer zo lang taxiën... Het maakt echter niet veel uit want het duurt nog zeker anderhalf uur voor we buiten Schiphol staan. Extra controles op de paspoorten en de bagage nemen veel tijd in beslag. Het is voor de goede zaak zullen we maar zeggen. Jeffrey komt wat later aangereden en voor we het weten zijn we alweer op weg naar huis. Nu wordt het vooral vechten tegen de kou en het gehaaste leven.

Onze bevindingen in het kort.

Suriname is een heerlijk en vooral ontspannen land waar je lekker kunt bijkomen van het altijd zo hectische Nederland. De mix aan tochten liet ons slechts ruiken aan dit cultuurrijke land De echt ongerepte natuur van het binnenland is een waar paradijs voor natuurliefhebbers. De volgorde van bestemmingen die Erna van That's It Tours in het programma heeft gemaakt zorgde voor veel afwisseling. De historische gebeurtenissen rondom de plantages en de slavernij nodigt uit om daar nog meer over te lezen. Wij wensen de uiterst beleefde en goedgemutste Surinamers alle goeds toe voor hun land.

Het fotograferen in de jungle is ons flink tegengevallen en het is alles behalve gemakkelijk. Meestal zit je of op bewegend bootje of  in een donker oerwoud. Improviseren is dan ook telkens weer noodzaak om bewogen foto's te voorkomen.

Curaçao is een paradijs voor zonaanbidders maar heeft zeker ook meer te bieden. Willemstad moet iedereen een keer gezien hebben en de Westpunt heeft mooie natuur en pitoreske strandjes en - baaitjes. De duikjes die Paul en Rob hebben gemaakt verschilden niet zo heel veel van Bonaire dat toch wel meer een duikersparadijs is als Curaçao. Het is vooral de mix van groene jungle in Suriname en de smaragdblauwe zee rond Curaçao die deze hoek van de wereld naar onze mening tot een absolute topbestemming maakt. Wij zijn nog lang niet uitgekeken in Suriname en willen dolgraag nog eens terug.

Rob en Anita, Dustytours.

Welkom op de Suriname en Curacao reispagina van Dustytours.