REISVERSLAG IJSLAND 2015
Bij de voorbereiding van onze reizen nemen wij vaak op het internet reisverslagen van anderen door en doen zo ook weer nieuwe ideeën op. Zo kan dit reisverslag misschien weer behulpzaam zijn bij jouw reis naar IJsland. Wij hebben genoten van de wonderschone landschappen en dagelijkse contrasten van het eiland. Wil je ook afreizen naar IJsland dan kun je hier wellicht nog ideeën opdoen.




Wij wensen je veel lees- en kijkplezier. Reageren op het verslag of vragen stellen kun je doen door via onze contactpagina een berichtje te sturen. Je kunt ook een reactie achterlaten in ons gastenboek wat we erg op prijs stellen. In dit verslag staan foto's bij het besproken onderwerp maar je kunt natuurlijk ook ons fotoalbum bekijken. Wellicht wordt je door dit reisverslag net zo enthousiast als wij.
IJsland de 4 windstreken: reisverslag 20 daagse individuele rondreis van 20/8 t/m 10/9.

Dag 1 - 22 augustus, vertrek vanuit Amsterdam naar Keflavik en de rit over schiereiland Reykjanes.

Onze reis begint puffend en zwetend in een veel te warme Boeing 757 van Iceland Air op Schiphol. Buiten is het een zonnige dag met 30 graden, een prachtige dag om te vertrekken naar het land van ijs en kou. De vlucht duurt maar  2 uur en 40 minuten, voor onze begrippen een peulenschil vergeleken bij de eerdere uitstapjes naar veel verdere oorden. Het is een relaxte gedachte en na een drankje en een kopje koffie zijn we dan zomaar ineens al in de buurt van IJsland. We kennen het eiland slechts van eerdere vluchten naar de VS en Canada als we er op grote hoogte overheen vlogen. Vandaag ontneemt een dik wolkendek ons ieder zicht naar beneden en pas op geringe hoogte, als we al aan het landen zijn, vangen we een glimp op van het donkere landschap. De regen komt met bakken uit de hemel en de vrees komt op dat we de zon wel eens lang zullen moeten missen. Het is voor ons de eerste keer dat we naar een land gaan dat bekend staat om zijn grillige weersveranderingen.
Na de aangename vlucht volgt een relaxte binnenkomst in IJsland waar we om 15:00 uur arriveren. De koffers zijn snel gevonden, er zijn geen lange rijen of vervelende paspoortcontroles en een pinautomaat in de aankomsthal spuugt gewillig de gevraagde kronen op.

Al snel staan we in de rij bij het autoverhuurbedrijf waar alle papieren in het Nederlands worden aangeboden. Geen lastige vragen om extra verzekeringen en geen dreigende woorden over eventuele schades. Alleen is de beloofde VW Golf natuurlijk niet beschikbaar en moeten we het doen met een Hyundai I30, een ruime middenklasser die er ook best mag zijn. De Open Streetmap routeplanner op de Smartphone is ook weer van de partij.  Wat is dat toch een uitkomst! We gaan meteen al op pad om een deel van het eiland te bekijken, het is immers tot 22:00 uur licht. Bovendien hoeven we niet naar Reykjavik door te rijden omdat de stad vandaag hermetisch is afgesloten voor de jaarlijkse marathon. In plaats daarvan slapen we in het Vellir Hotel in Hafnarfjordur, een voorstad van Reykjavik.



Welkom op de IJsland reispagina van Dustytours.
Copyright @ Dustytours 2015
We rijden de luchthaven van Keflavik af en beginnen aan onze rondrit over het schiereiland Reykjanes. Op de weg is het rustig, de regen is overgegaan van een stortbui in motregen die wonder boven wonder stopt als we aankomen bij de vuurtoren op het uiterste puntje van het schiereiland. Het is dan wel droog maar daar is dan ook alles mee gezegd. Normaal gesproken doen we kleren uit maar nu worden de regenjassen en mutsen in rap tempo voor de dag gehaald. De vuurtoren is  helaas voor het grootste gedeelte gehuld in nevel. Het lage wolkendek maakt de sfeer compleet. Humm, toch wel even omschakelen! Na een kort bezoek rijden we naar de nabij gelegen modderpoelen en stoomgaten van Gunnuhver. De kleuren van de aarde in combinatie met de lucht van rotte eieren doen ons denken aan Yellowstone National Park in de VS. Het blijft toch een onaards spektakel om naar te kijken, de blubberende modder en loeihete stoom die onder hoge druk uit de grond wordt geperst.
Via een ruige kust met lavavelden aan beide kanten van de eenzame weg vervolgen we onze kennismakingsrit naar het hete bronnengebied van Seltun. Via vlonders en paden zien we de mineralen die zorgen voor een prachtig kleurenspel in een redelijk groene omgeving met bloemetjes en kabbelende watervalletjes. Op de achtergrond is in de nevel nog net een oud kerktorentje zichtbaar. Op de voorgrond grazen schapen en her en der staan paarden en pony's. Samen met de stilte geeft dit beeld een visitekaartje af voor het IJsland dat we zullen leren kennen als een heel relaxed, schoon, vriendelijk land met vooral een oogverbluffende natuur.

Het Vellir Hotel is snel gevonden. Het is een gloednieuwe vierkant gebouw met kamers die modern maar tegelijkertijd ook kil zijn ingericht. Het restaurant is volkomen leeg en dus testen we onze kansen bij een snackzaak bij een benzinepomp in de omgeving. Twee eenvoudige hamburgers met wat frieten en een cola kosten ruim 17 euro. We merken dat we het budget voor eten de komende reisdagen fors zullen moeten aanpassen.






Dag 2 - 23 augustus, het Reykholtsdal.

De reis begint vandaag pas echt als we na het ontbijt al vroeg op pad gaan. Het is droog en we schampen Reykjavik via een hoofdweg aan de oostzijde. Op het einde van de reis zullen we nog 2 dagen van de stad kunnen proeven, vandaag hebben we een ander reisdoel; het Reykholtsdal.
Dit dal staat bekend als de perfecte plek om naar het noorderlicht te kijken. Het is een breed dal met weinig of geen lichtvervuiling. De kortste route er naartoe loopt via een tunnel onder een fjord door maar wij nemen een alternatieve route die langs het water loopt en meteen een goede indruk geeft van het fjordenlandschap.

De eerste stop is bij een bescheiden watervalletje, nu zijn we nog onder de indruk van het kabbelende watertje maar dat zal snel gaan veranderen want IJsland lijkt meer watervallen dan bomen te hebben!
Een kwartiertje later komen we aan in Reykholt, de vroegere woonplaats van Snorri Sturluson, een bekend politicus en middeleeuwse dichter. Vlak naast het standbeeld van Snorri maken we meteen ook kennis met de pittoreske bouwvorm van de talloze kleine kerkjes die zelfs in de meest onherbergzame gebieden als eenzame bakens in het landschap staan. Het kerkje is aan de binnenkant mooi afgewerkt met felle kleuren en antieke decoraties. Op het kleine kerkhofje dat de kerk omringd liggen de oude graven er piekfijn bij.

Hotel Glymur is onze eerste officiële koffiestop. Aan de buitenkant lijkt het op een gewone woning, binnen is een gezellige statige lobby met heerlijke koffie die net als overal op IJsland van goede kwaliteit is. Op een bankje genieten we van het uitzicht over het Fjord en het weer dat aanzienlijk beter oogt dan gisteren.

Een kleine 20 kilometer verder komen we aan bij de Hraunfossar en Barnafoss watervallen. Op de ruime parkeerplaats is het eigenlijk wel druk; er zijn vooral veel excursiebussen maar we zien ook fietsers en stelletjes die tussen de bezoekersstroom door nog even snel een potje koffie maken op een gasbrandertje. 

En dus druipen we af naar beneden waar we beloond worden met een bijzondere waterstroom die zich een weg baant door 6-hoekige basaltblokken. Haast onwerelds! De navigatie en ons kaartgevoel laten even verstek gaan en we rijden via een slechte gravelweg compleet de verkeerde kant op. Een groepje jongeren op de berg keert net op tijd de crisis door wat onverstaanbare aanwijzingen te brabbelen. Gewoon volgen dan maar en snel zijn we weer in de bewoonde wereld van geasfalteerde wegen en toeristenbussen.

De laatste stop van vandaag wordt gemaakt bij de bronnen van Deildartunguhver, IJslands grootste heetwaterbronnen waar per seconde 200 liter kokend water uitkomt. Onder de grond moet daar van alles gaande zijn, boven de grond is het een dankbare energiebron voor het verwarmen van consumptie- en verwarmingswater.

De dag loopt op zijn einde en we besluiten om naar Borgarnes te rijden waar we zullen overnachten in het Ensku Husin Guesthouse. De benzinetank is ondertussen half leeg en dus moet er getankt worden. Dat levert wat aanloopproblemen op want de meeste benzinestations in IJsland zijn namelijk onbemand. Je dient een creditcard in de machine te stoppen en een vast bedrag te bevestigen. Tank je minder dan wordt er ook minder afgeschreven. Echter, voordat je dat door hebt ben je wel een paar pogingen verder.

Net buiten Bargarfos vinden we een klein guesthouse op een heuveltje tegen een rivier die uitstroomt in zee. Het guesthouse is van origine een oud vissersmotelletje en het is er knus en gezellig warm maar vooral ook erg klein. We krijgen een klein kamertje op zolder dat juist genoeg ruimte biedt voor 2 bedden. De douche en toilet moeten we delen met nog 4 kamertjes. In IJsland is dit de normaalste zaak van de wereld. Na een verdiend bakkie koffie luieren we wat op een bankje voor het gebouwtje. De stilte wordt slechts verbroken door het wapperen van de was aan de waslijn. Ergens moeten er hier kabouters wonen, dat kan haast niet anders!
Na een goed diner is het tijd om onder de wol te kruipen. Wachten tot het donker is gaat niet lukken want om 22:00 is er nog steeds volop licht. De avonden zijn al vrij koud in deze tijd van het jaar en daardoor vallen we als een blok in slaap.               

De watervallen zijn uniek, over een afstand van meer dan 900 meter stroomt er water door het poreuze lavagesteente de rivier de Hvita in. De wanden zijn begroeid met felgekleurde mossen en hier en daar steekt er een bloemetje uit. Net zo indrukwekkend is de Barnafoss waterval die zich met geweld door een nauwe kloof naar beneden stort. De eerste indrukken van IJsland laten zien dat de natuur nog veels moois voor ons in petto heeft. We rijden door naar de volgende bezienswaardigheid; vanaf de weg hebben we al zicht op de gletsjers Langjokull en Eiriksjokull die het licht van het opengebroken wolkendek laten weerkaatsen op hun indrukwekkende ijskappen.
Aan het einde van het dal kan een excursie geboekt worden naar een ijsgrot in de gletsjer. Het is een populair uitje en door de drukte besluiten we om een poging te wagen om zover mogelijk naar de gletsjer te rijden. De goed begaanbare gravelweg slingert als een slang de gletsjer op en naarmate we hoger komen worden de kuilen en keien steeds venijniger. Als we aan de laatste etappe willen beginnen waarschuwt een vette kei tegen de bodemplaat van de auto dat we maar beter kunnen keren. Een bestuurder van een monsterjeep die ons tegemoetkomt bevestigt ons vermoeden met een kort maar welgemeend advies; "not with that car!"

Dag 3 en 4-  24 & 25 augustus, het schiereiland Snaefellsnes.

Wij staan in de vakantie het liefst zo vroeg mogelijk op. Om 6 uur staat de waterkoker op de kamer al te borrelen. Via een klein raampje hebben we zicht op de rivier en de zee in de verte. Het regent pijpenstelen. De nevel en laaghangende bewolking gaan ons vandaag zeker en vast niet blij maken want het ontneemt het zicht op de omgeving. Toch gaan we vol goede moed na een stevig ontbijt op weg naar de boerderij Snorrastadir vanwaar we via een kort pad naar de top van de krater van de Eldborg willen lopen. De boerderij ligt er, op wat natgeregende paarden na, triest en verlaten bij en de krater is door de nevel nauwelijks te zien. Geen optie dus om te gaan wandelen en dus rijden we maar door naar het pittoreske Budir waar een mooi kerkje zou moeten staan en een hotel voor een koffiestop. Het is niet zo heel ver rijden en ondertussen wordt het droog zodat we zonder regenkleding uit de auto kunnen. Via een heuvelachtig gebied dat veel weg heeft van de Gau uit Lord of the Rings komen we aan bij de zee. Het is een leuke wandeling die eindigt door een dreigende regenbui.

Het kerkje stamt van origine uit 1703 en is verschillende malen herbouwd. Het ligt er prachtig bij zo midden in het lavaveld en het is interessant om eens naar de grafstenen en -kruizen te kijken waarvan sommigen een behoorlijke tijd teruggaan.
We maken wat foto's en lopen naar het hotel voor koffie en warme chocolademelk. Het miezert weer een beetje maar door de harde wind blaast de regen horizontaal over het lavaveld. Binnen in het hotel is het warm en behaaglijk en de koffie en beker chocolademelk doen wonderen. We rijden verder en zien een parkeerplaats waarbij een pad leidt naar een diepe scheur in de berg. Als je door het water de scheur inloopt kom je in een nauwe kloof terecht waar trollen zouden wonen maar dat is aan ons niet besteed omdat we onze camera's bijhebben.

Ergens achter de wolken moeten de gletsjer en vulkaan Snaefellsjökull liggen. Een poging om er via een gravelpad naartoe te rijden strandt op een veel te steile helling en dus zullen we moeten wachten op goed weer om nog iets van deze door het boek van Jules Verne bekend geraakte vulkaan te kunnen zien. Nou is er gelukkig geen enkele reden om je te vervelen. Sterker nog, de woeste rotsformaties aan de kust bij Arnarstapi en Hellnar zijn prachtig om te rustig te bekijken en te fotograferen.
Bijna op de westpunt van het schiereiland vinden we de prachtige baai van Djupalsossandur met gitzwarte stranden en vooral heel veel ronde keien. Vroeger kregen de vissers hier hun loon betaald in gewichtsstenen die er nog steeds te vinden zijn.
De bergschoenen van Rob hebben al wat continenten bewandeld maar door de IJslandse keienmarteling zijn beide zolen al na 3 dagen losgekomen en moet er vervanging worden gezocht. In Hellidsandur vinden we zowaar een winkel die ook nog bergschoenen verkoopt en ook nog een paar maat 46 op voorraad heeft. Hoeveel geluk kun je hebben voor 95 euro!

We rijden ondertussen alweer in oostelijke richting op weg naar het guesthouse in Stykkisholmur waar we 2 dagen zullen overnachten. In het vissersdorpje Olafsvik vinden we een restaurantje langs de doorgaande weg waar we de lekkerste hamburger aller tijden eten. De wolken laten ondertussen  hier en daar een gaatje toe om voor het eerst weer eens wat blauwe lucht te kunnen zien. Het is nog best een eindje rijden naar de eindbestemming voor vandaag maar de rit langs de kust is alles behalve saai.

Het dorpje Stykkisholmur is net als alle dorpen langs de kust een echt vissersdorpje met een haven en een paar kleine visrestaurants. Het Alma Guesthouse ligt in een rustige straat met een grote tuin aan het water. Een enigszins norse man doet open en wijst ons de kamer op de benedenverdieping van het guesthouse. In de keuken bij de achterdeur moeten we wel onze schoenen uitdoen, iets wat we nog vaker zullen moeten doen maar nog gewend zijn van vroeger. De eigenaar blijkt toch een aardige man te zijn die zijn zaakjes keurig voor elkaar heeft. De slaapkamer is modern en brandschoon. Het keukentje en de centrale hal maken een Oost-Duitse indruk met oude meubeltjes en oranje gordijntjes. Toch is het een fijn plekje om te verblijven en binnen een minuut ben je bij de haven en in het centrum.

Terug in Stykkisholmur nemen we ruimschoots de tijd om onder het gemalen water te gaan staan en opgefrist zitten we even later vlak bij de haven in een klein maar druk bezocht visrestaurantje. Op het menu staat vis, vis en visgerechten. Rob is voorzichtig en gaat voor een pasta met zeevruchten terwijl Anita de aanrader van de dag probeert. Natuurlijk is de vis supervers en heel goed bereid en er zal niet snel iemand klagen over de kwaliteit van het eten. Toch is het relatief gezien best duur om iedere avond in een restaurant te gaan eten (tussen de 60 en 100 euro voor 2 personen). Vanavond vergeten we dat maar eventjes en genieten van het eten en de knusheid van het restaurant.

De volgende dag kunnen we nog in zijn geheel besteden om het schiereiland Snaefellsnes te verkennen want pas overmorgen nemen we de veerboot naar de Westfjorden. Het is dus een dag om wat langer te blijven liggen, lekker te ontbijten en in alle rust te gaan rijden. Onze eerste stop maken we bij Bjarnarhöfn, een boerderij aan de kust met een oud houten kerkje en een haaienmuseum. Het ligt prachtig tussen gifgroene weilanden met gemaaid gras, in plastic gewikkelde grasbalen (wij noemen ze bolletjes) en schaapjes.

De eigenaar van de boerderij is kennelijk een fervent haaienvanger en hij heeft als bijverdienste een grote schuur omgetoverd tot een heus haaienmuseum. Voor een paar euro krijg je toegang en kom je terecht in een bonte verzameling vissersbootjes, netten, opgezette vogels, delen van (Groenlandse) haaien en een ratjetoe aan oud gereedschap en gebruiksartikelen. De man is dolenthousiast over het vangen en klaarmaken van de Groenlandse haai en wil er alles over vertellen. In de loods hangt een penetrante lucht die kenmerkend is voor het rottings- en droogproces van het haaienvlees. Tijdens zijn verhaal stoot de man Anita goedbedoeld aan om zijn levensverhaal wat kracht bij te zetten. Hij spreekt ook geen woord Engels dus moeten we  het hebben van zijn mimiek en rappe tongval. Anita luistert vol aandacht maar vervalt in lachen en tranen als Rob ineens opmerkt dat de man wel erg veel op Bassie (van Bassie en Adriaan) lijkt. De scene is compleet en we richten onze aandacht maar op de film die we verplicht moeten kijken. Buiten nemen we nog een kijkje onder een halfopen gebouwtje waar stukken haai hun vet laten vallen op de stinkende vloer. Zelfs in de auto ruiken we het nog. Het was best een leerzaam maar bovenal vermakelijk museumbezoek.

Een stukje verderop op de ringweg naar het Westen liggen de prachtige watervallen van Kirkjufellsfoss. Ze worden omgeven door hoge bergen aan de achterzijde en de zee aan de voorzijde en vormen een mooi object om het grijsfilter op de camera er eens op los te laten. We blijven er best een tijdje want het zonnetje schijnt en het is er ook niet zo heel erg druk.
De vissersdorpjes hebben natuurlijk allemaal een haventje maar overdag is daar weinig activiteit van terugkerende vissers te bespeuren. Dan zul je toch echt vroeg op moeten staan. Gelukkig laat de gletsjer op de vulkaan zich vandaag wel zien en er is helemaal niks mis mee om rustig tuffend naar de gele stranden te rijden op de westpunt van het schiereiland. Felgele stranden, inktzwarte keien, een matig zonnetje en op de achtergrond hoge bergen met spierwitte sneeuw, wat zou je nog te wensen kunnen hebben?



Dag 5 - 26 augustus, van Snaefellsnes naar Breidavik (Westfjorden).

De 2 dagen op het schiereiland zijn omgevlogen maar het is de hoogste tijd om door te reizen. Om 09:00 uur staan we met de auto al in de haven om de veerboot op te rijden die ons in 3 uur varen door het Breidafjordur naar de Westfjorden zal brengen. De zon schijnt maar het is wel frisjes. In de haven is het nog lekker om aan dek te zitten maar op volle zee staat er een vies windje met zo nu en dan een klets opspattend zeewater. Binnen snort de kachel en is er een uitgebreid restaurant waar behalve maaltijden ook koffie en chocolademelk te koop zijn.
 
Halverwege de overtocht wordt een stop gemaakt bij het eiland Flatey dat door de tijd vergeten lijkt te zijn. Kennelijk is het een hele goede plek om vogels en zeehonden te spotten. Eenmaal aan de overkant zijn we snel van de boot en gaan we op weg naar Breidavik. De bergen zijn hoog en er lijkt geen vlak stukje land te vinden. Langs de kust drinken we een bakkie uit de thermoskan en we rijden door tot bij een kleine parkeerplaats waar een oude vissersboot op het droge ligt. Op dit punt was ooit het asfalt op en gaat de weg over in een lange gravelweg tot aan Breidavik. We passeren nog een museum waar een oude DC-4 van de Amerikaanse luchtmacht in stukken voor dood is achtergelaten.

Net na het middaguur komen we aan bij het Breidavik Guesthouse waar we ook weer 2 nachten zullen slapen. Het is een wat groter guesthouse met een kampeerterrein, hotelkamers en cabines. Wij krijgen een ruime kamer in het hoofdgebouw bij het restaurant. Het weer zit weer mee want op het terrasje voor het restaurant kunnen we zelfs even een trui uittrekken.
Het guesthouse ligt naast een groot strand en we wandelen een stuk in een poging om bij de branding te komen. Hier en daar staat het water echter zo hoog dat we voortijdig moeten keren. De rest van de middag vermaken we ons prima rond het hoofdgebouw. Een dutje op het terras wordt verstoord door een overvliegende drone, verder is er alleen maar rust en heel veel ruimte.

In het restaurant treffen we een Nederlandse student die ons van de nodige nuttige info voorziet over Latrabjarg, de honderden meters hoge kliffen die bekent staan om de duizenden papegaaiduikers die hier elk jaar in mei komen broeden. Het is tevens het meest westelijke punt van Europa. De jongen vertelt ons dat er een dag eerder zowaar nog 5 "Puffins" gespot zijn bij de kliffen. En omdat het pas laat donker wordt kunnen we nog best eens die kant op rijden want het is maar een kleine 25 km rijden.

Gewapend met camera's komen we aan bij de kliffen en als Anita de deur van de auto opent beseffen we dat het stormt op- en rond de kliffen. Via een pad lopen we een stuk naar boven en kijken we honderden meters de diepte in waar de golven met volle kracht op de rotsen beuken. Het is een indrukwekkende maar tegelijkertijd ook angstaanjagende eerste blik op de beroemde kliffen. Geeft niks, we komen morgenvroeg gewoon weer terug. Op weg terug naar Breidavik balen we dat we het statief vergeten zijn; de zonsondergang is werelds!

Bij terugkomst in het guesthouse is het een heel stuk drukker geworden. Er staan aardig wat kleine tentjes en campertjes op de camping en ook in de gedeelde keuken bij onze slaapkamer is het een drukte van jewelste met kokende campinggasten. Ondanks de herrie vallen we snel in slaap. De verwarming brandt lekker en de wind giert langs ons slaapkamerraam. Eén blik op de wapperende tentjes vertelt ons dat we de juiste keuze hebben gemaakt.    


Dag 8 - 29 augustus, Isafjördur en omgeving.
Omdat de boten naar de eilandjes toch niet meer varen kan een dagje "wat rustiger aan" er wel vanaf. Het is vandaag alweer zaterdag en een week in IJsland lijkt veel langer geduurd te hebben. Het museum in het stadje is helaas niet open maar er is genoeg te zien in de omgeving. We rijden een berg op en komen na een paar steile hellingen aan boven op een hoogvlakte. Er ligt aardig wat sneeuw en door de wind is het er ijskoud. Tegen de afgrond staat een grote radarpost van de kustwacht die uitkijkt over zee. Vanaf de vlakte is er vandaag een helder zicht op het Fjord en de gletsjers in de verte. Met de stoelverwarming op hoog denderen we de berg weer af om weer te parkeren bij het VVV in het stadje. We wandelen langs kleurrijke gerestaureerde huisjes en komen toevallig weer uit bij het Kaffeehaus. Tja, dan maar weer aan de koffie en koek! Het museumpje bij de haven valt een beetje tegen en na het zien van het harpoenkanon bij de ingang hebben we ook weinig zin meer om naar binnen te gaan.

Rob wil nog even naar het vliegveldje rijden waar zojuist een grote helikopter van de kustwacht is geland. De Superpuma vloog eerder al door het fjord en vertrekt nu met veel kabaal naar de top van de gletsjer om een paar monteurs op te halen. Geen slechte job in een land als IJsland.

Om 15:00 zijn we weer terug in Sudureyri en gebruiken de tijd om wat te schrobben en te lezen. Het restaurant trakteert ons vanavond op forel, wolfsvis en kabeljauw die allemaal super smaken. Het is er niet goedkoop maar de vis is megavers en met veel kunde klaargemaakt. Ondanks de gemiste excursies was het toch weer een hele mooie dag. IJsland heeft zo een mooie natuur dat het haast gek zou zijn als je jezelf zou vervelen. 


Dag 6 - 27 augustus, Latrabjarg.

Nieuwe dag dus nieuwe kansen denken we. Flink ingepakt tegen de kou rijden we terug naar Latrabjarg waar de wind zowaar nog harder is gaan waaien. Onze strakke regenkleding blijkt de juiste keuze te zijn want enkele waaghalzen met een regenponcho om waaien met grote snelheid over de parkeerplaats. Gekromd door de wind wandelen we opnieuw het steile pad naar de kliffen op. Onder ons zegt de diepe afgrond dat we maar beter ver van de rand af kunnen blijven want die ene windvlaag kan net iets te hard zijn. Het moet hier schitterend toeven zijn in het voorjaar. Nu hebben we gewoon pech maar genieten toch van de ruige kliffen en de enkele vogels die zich ertegen verschuilen.

Terug op de parkeerplaats is de storm nog verder toegenomen en hangen we samen in de wind die om de vuurtoren buldert. Anita's muts waait af en als een moedige toerist de muts nog net kan pakken waait ie bijna van de kliffen af. We krijgen de autodeuren nog maar net open en moeten even bijkomen van dit spannende bezoek.

Dan rijden we maar naar de gouden stranden van Raudisandur! Door de modder op de gravelweg heeft onze huurauto ondertussen de kleur aangenomen van de omgeving. Randisandur betekent letterlijk "rood zand" en daar is geen woord van gelogen. Een enorm goudkleurig strand tekent zich af tegen de blauwe lucht, we maken er een lange wandeling naar de rotsen. Zo nu en dan laat een zeehond zijn koppie zien en bij de rotsen is de wind nog nauwelijks voelbaar. Er zijn bijna geen toeristen en de plek straal daarom vooral veel rust uit. Als we rond 5 uur terugkomen bij het guesthouse is het weer gaan regenen. Arme kampeerders! De temperatuur is zo'n 8 a 9 graden maar ondanks de kou en een klein beetje regen was het toch een hele leuke dag. Het is vooral de rust van het landschap die zoveel indruk maakt, zelfs als het hard waait.

Dag 7 - 28 augustus, van Breidavik naar Isafjördur.
We zetten vandaag de tocht voort door de Westfjorden. In het restaurant ruikt het lekker naar gebakken wafels totdat een Amerikaanse vrouw het beslag voor wafels verwisselt voor yoghurt in het wafelijzer. Grappig om de reactie van haar man te zien! Het is een lange en spectaculaire autotocht die zal eindigen in Sudureyri in het noordelijk deel van de Westfjorden. Het eerste plaatsje dat we passeren is Patreksfjördur waar het enige tankstation helaas wordt verbouwd. We slingeren weer verder door de fjorden en klimmen regelmatig tot aan de sneeuwgrens. Het is een graadje of 7, zo af en toe miezert het een beetje maar dat weerhoudt ons er niet van om buiten een lange koffiestop te maken met uitzicht op het fjord.
Net na het middaguur komen we aan bij de Dynjandi waterval, de grootste in het westelijk fjordengebied. Over een afstand van 100 meter stort het water dat afkomstig is van de hoogvlaktes zich trapsgewijs naar beneden. Vanaf de parkeerplaats lopen we via meerdere kleinere watervallen naar de hoogste en breedste waterval waar het water zich als een waaier naar beneden stort. Dit smeltwater is kraakhelder en op de oevers van het riviertje groeien kleurige bloemen en gifgroene mossen.  Je kunt er zo een paar uurtje vertoeven.

Op doortocht naar Isafjördur rijden we een bijzondere tunnel in; de Vestfarðargöng. Onder de Botnsheiði- en Breiðadalsheiði-hoogvlakten heeft men van 1991 tot 1995 een tunnelcomplex gegraven met een totale lengte van ruim 9 km. Op twee km afstand van de noordelijke tunnelingang is een splitsing, een vreemde gewaarwording. Het grootste gedeelte van de tunnel bestaat uit 1 wegvlak en om een botsing te voorkomen moet je zorgen dat je op tijd stopt in een inham. Deze tunnel is de langste van IJsland.

In de tunnel merken we dat onze koplampen geen licht geven, niet echt handig. Rob is nog ruim een uur bezig om alle zekeringen te controleren maar het blijkt dat beide lampjes van de koplampen kapot zijn. Niet echt handig van de verhuurmaatschappij om geen reservelampjes mee te geven want in het weekend is er geen enkele garage open. Pas dagen later vinden we de lampjes in een supermarkt.

Vlak na de uitgang van de tunnel komen we aan in Isafjördur, een klein stadje met gerestaureerde huisjes, een mooi stadscentrum en een haventje. Deze regionale hoofdstad van de Westfjorden wordt omgeven door een gebied dat veel weg heeft van Oostenrijk, inclusief skipistes en -liften. In een kaffeehaus vlakbij het centrum trakteren we onszelf op een heerlijke bak koffie met een mierenzoete koek waarna we besluiten om naar het VVV te rijden en te vragen wat er zoal te doen is. Morgen hebben we nog een volle dag in deze omgeving en we willen graag een boottochtje maken naar het eiland Vigur of het natuurgebied Hornstrandir. Jammer genoeg loopt het seizoen op zijn einde en varen de boten niet meer.

En dus rijden we naar het nabij gelegen Sudureyri waar we 2 nachten zullen doorbrengen in het Fisherman Guesthouse. We komen aan in een slaperig dorpje dat bestaat uit slechts een paar kleine straatjes. Het Guesthouse heeft aardig wat kamers die ook weer heel modern zijn ingericht. Onze kamer is brandschoon en kijkt uit op het café dat bij het guesthouse hoort. Het is een gezellig tentje met souvenirs, snuisterijen maar vooral hele goeie koffie, taartjes en een kachel die berekend is op maanden van kou en sneeuw.

In het kleine keukentje op de benedenverdieping eten we een kop soep en meegebrachte broodjes. Er is slechts 1 restaurant dat bij het guesthouse hoort en bekend staat om zijn uitstekende kaart met vismaaltijden. Morgen gaan we dat maar eens uitproberen.

Dag 9 - 30 augustus, van Isafjördur naar Holmavik.
Op weg naar Holmavik zijn we blij dat we de tunnel achter ons kunnen laten. Het is een heel stuk onder de berg doorrijden en die eenbaansweg heeft toch iets akeligs. Buiten de tunnel schijnt de zon er vandaag eens lekker op los. De route volgt vandaag weer de kustlijn van de Westfjorden en zal daardoor aardig wat tijd in beslag nemen.

Op ongeveer 20 kilometer na Sudavik bezoeken we het oude boerderijtje bij Litlibaer waar versgebakken wafels met koffie worden verkocht. Bij het boerderijtje, dat stamt uit 1895, treffen we een soort van theelepelvrouwtje die meteen aan de slag gaat met het wafelijzer. Ondertussen bekijken wij het kleine boerderijtje dat eigenlijk maar 2 kleine kamertjes, een nog kleiner keukentje en nog kleinere slaapkamertjes telt. Vroeger woonden hier 2 families met in totaal 20 mensen, nauwelijks voor te stellen.

Een stukje terug op de weg is een parkeerplaats bij de rotsen in zee. Er liggen een heleboel zeehonden op de rotsen en in het water spettert het er wild op los. Op een tafel op de parkeerplaats staat een doosje bessen en een verrekijker die te gebruiken is om de zeehonden te bekijken. We vragen ons af hoelang dit in Nederland op het tafeltje zou blijven staan…

De volgende etappe rijden we over de hoogvlaktes door een verlaten landschap met weinig begroeiing en vooral veel stenen. We besluiten weg 643 op te rijden die zich ruim 90 km kronkelt rond het Steingrimsfjord bij Strandir. Het is een minder begaanbare gravelweg die ligt tussen steile bergwanden aan de ene kant en woeste stranden met veel drijfhout aan de andere kant. Fenomenaal mooi, zeker nu de wolken een dag verstek laten gaan.
   
Na 50 km gravelweg komen we aan bij het gehucht Djupavik dat gedomineerd wordt door de ruïnes van een oude haringfabriek. Hoog tegen de berg aan stort een waterval zich naar beneden. Voor de kille, grijze silo's van de fabriek ligt een geroest scheepswrak te wachten op de volgende storm die het ongetwijfeld zal transformeren tot een berg schroot. De poging om de weg helemaal af te rijden strandt in een bocht waar een watervalletje de weg zover heeft uitgehold dat de kans op een nat pak het risico niet waard is. Hadden we nou maar een 4x4 bij ons! Dezelfde slechte weg terug verdubbelt het aantal kilometers schudden en botsen over de keien en kuilen die we echter snel vergeten als we het laatste stuk naar Drangsness tussen groene weides met paardjes doorrijden over een asfaltweg.

Tegen 5 uur komen we aan bij het Malarhorn Guesthouse, dat uitkijkt op het kleine eiland Grimsey, bekend van de vele broedvogels in het voorjaar. Onze kamer is ditmaal een houten huisje met zowaar een eigen badkamer, toilet, vloerverwarming  en…. een terrasje met een zitje.

In het restaurant worden we geholpen door een aardige vent die er nogal on-IJslands uitziet door zijn futuristische kapsel en grote verzameling tatoeages. Hij zit duidelijk verlegen om een praatje, doet er alles aan om service te verlenen en is vooral niet vies van een lolletje. Als Rob begint over de Groenlandse Haai die op het menu staat verdwijnt hij in de keuken om even later terug te komen met een bordje met daarop een dobbelsteentje van dit gruwelijke gerecht. Alleen om te proeven om de smaak nooit meer te vergeten. En daar heeft ie helemaal gelijk in want de smaak van het gerotte vlees is ronduit smerig en gaat de rest van de avond ook niet meer weg. Anita heeft meer geluk met haar stoofpot van kabeljauw en uien.

Dag 11 - 1 september, van Holmavik naar Myvatn.
Na dagen in- en rond de Fjorden vertoefd te hebben gaan we vandaag weer eens een vulkanisch gebied in, een leuke afwisseling.
Onze eerste stop is bij de bekende museum-turfboerderij van Glaumbaer die gebouwd is in de 19e eeuw. De huisjes hebben een voorgevel van hout, de rest van de muren is van turfplaggen gemaakt. De daken bestaan - hoe kan het ook anders - uit graszoden. Hoewel het een beetje aan Volendam doet denken is het toch wel een verplichte stop want de huisjes zijn vooral erg fotogeniek.
De uitstekende handleiding die Asjka Reizen in elkaar heeft gezet voor deze reis verwijst naar een hele goede bakker in het nabijgelegen Saudarkrokur. Er is geen woord van gelogen want de zoveelste suikerkoek wordt in rap tempo naar binnen gewerkt. We zitten zowaar eens buiten op een terrasje in de zon.

Na een relatief korte rit komen we aan bij de wat grotere plaats Akureyri die gelegen is aan de basis van het fjord Eyjafjordur, het langste fjord van IJsland. Het centrum schijnt leuk te zijn om doorheen te wandelen maar wij hebben een alternatieve reisbestemming voor ogen. Bij een tankstation proppen we een hamburger naar binnen en rijden het stadje weer uit om na een kwartiertje aan te komen bij het zogenaamde kersthuis. Het is niets meer dan een winkel waar alleen maar kerstspullen worden verkocht. Er hangt een aparte sfeer want het is een overvolle shop met voornamelijk wat duurdere kerstartikelen. Het kerstgevoel is er het hele jaar voelbaar! Je zou best een uurtje kunnen vertoeven tussen de kerstmannen, suikersnoepjes, kerstversieringen in alle vormen en maten en meesterlijk gemaakte poppen. De dag is echter nog lang en we rijden door naar de Godafoss waterval die niet zo ver van het stadje afligt. Kort door de bocht vertaald heet de waterval "de waterval van de goden" omdat iemand in het verleden besloot om al zijn afgodsbeelden in de waterval te gooien. Er is een ruime parkeerplaats en dat is maar goed ook want het wemelt er van de toeristen. Fotografen rennen rond met statieven om het mooiste plekje te bemachtigen en Japanners houden zich in groepsverband bezig met volkssport no. 1; het fotograferen van jezelf bij een bekende attractie of bezienswaardigheid. Ondanks de drukte kunnen we redelijk genieten van de waterval. Aan de overkant van de rivier kun je dichter bij de grootste waterval komen maar dan moet je wel een stukje verder lopen. Dat staat voor een Japanner-vrije zone. We blijven best een tijdje bij de watervallen hangen en dat is ook helemaal niet erg want ons volgende guesthouse ligt niet zo heel erg ver meer weg. Het Narfastadir Guesthouse is een grote omgebouwde schaapskooi die vlakbij het Myvatnmeer gelegen is. Een prima uitvalsbasis dus om naar Husavik te rijden en om het vulkanisch gebied van Myvatn te gaan bezoeken.

Omdat het nog vroeg is checken we in en rijden door naar het Myvatnmeer dat omringd wordt door een groot aantal pseudokraters. Aan de oostkant bezoeken we Dimmiborgir, een plek die zwart kasteel betekent en bestaat uit enorme klodders lava. We maken er een korte wandeling en zien de explosiekrater Hverfjall die op korte afstand van het lavaveld ligt. De krater ziet er van een afstand uit als een grote berg grint met een deuk erin. Na een korte zonsondergang rijden we terug naar het guesthouse.
 
Het guesthouse is opvallend druk bezet. Het restaurant is ruim en serveert een uitgebreid buffet dat ook weer flink aan de prijs is. De meegebrachte broodjes en soep helpen de kosten vandaag flink te drukken en met een volle maag gaan we weer voldaan naar bed. Morgen worden we in Husavik verwacht voor een walvistocht van ruim 3 uur en dat is een mooi vooruitzicht.

Dag 10 -  31 augustus, van Holmavik naar Laugarbakki.
We laten de indrukwekkende westfjorden achter ons en maken eerst een stop in Holmavik in een poging om nieuwe lampen voor de auto te kopen. Na veel vragen en zoeken bij een garage hebben we bij de supermarkt dan eindelijk succes en hebben we voor het eerst deze vakantie een auto met werkend licht.

IJsland heeft zich in de donkere middeleeuwen nadrukkelijk toegelegd op alle vormen van hekserij en vooral de vervolging ervan. In het Witchcraft museum zien we oude afbeeldingen, voorwerpen en geschriften uit die tijd die vertellen over vervolgingen en terechtstellingen op de brandstapel. Maar liefst 20 mannen en vrouwen zijn in die tijd op de brandstapel omgekomen.

We komen steeds dichter bij het Noorden van IJsland en zien het landschap langzaam veranderen in een mix van weilanden en kale vlaktes. Het oogt allemaal een stukje groener. Of het nu te maken heeft met de tijd van het jaar of het feit dat IJsland zulke lange winters heeft weten we niet maar het maaien van gras om er vervolgens in plastic gewikkelde balen van te maken lijkt de hoofdactiviteit te zijn van alle boeren. Wij noemen ze gekscherend "bolletjes" en zien ze ineens overal; in weilanden, op platte karren, bij boerderijen en bij mensen achter in de tuin.

Omdat het zulk mooi weer is slaan we het Seal Center in Hvammstangi maar over en maken een rondrit over het schiereiland Vatsnes. Vanaf de rondweg is er een schitterend uitzicht over de zee en verre kustlijnen. Op de meest noordelijke punt maken we een korte stop om een wandeling te maken door de velden en langs de kustlijn. Hier en daar liggen zeehonden te snoezen in de zon. Een eind verderop komen we aan bij de basaltrots Hvitserkur, een 15 meter hoge rotsformatie die eenzaam op het gitzwarte strand staat. De rots heeft zijn naam gekregen door alle vogelpoep op de rots en ziet eruit als een prehistorisch dier. Rob durft het aan om af te dalen langs de steile rotswand, Anita moet ruim een kwartier omlopen.

Net na 5 uur arriveren we bij Gauksmyri Farm in Hvammstangi om te overnachten. Een slimme paardenboer heeft een flink uit de kluiten gewassen guesthouse gebouwd met veel (te) kleine kamers maar wel een mooi restaurant. Het eten is er in buffetvorm (zonder soep en nagerecht) en op het menu staan schapenvlees, paardenvlees en een paar soorten groenten. Het veel te dure buffet wordt gelukkig goedgemaakt door een uitgebreid saladebuffet.
We wandelen bij de ondergaande zon nog wat over het terrein en bij de paarden in de wei en gaan om 22:00 slapen. Morgen is er weer een dag met veel op het programma.          

Dag 12 - 2 september, Husavik en Myvatn.
In een klein uurtje rijden we naar Husavik waar we om 9 uur worden verwacht in de haven. Husavik is gelegen aan een prachtig fjord dat wordt omringd door magnifieke bergen met besneeuwde toppen. Er is behalve een  walvismuseum ook een mooie kerk te bezichtigen maar de meeste toeristen komen toch voor het brede aanbod aan walvistochten die je kunt doen met een zodiac, zeilschip of authentieke vissersboot. Husavik is vooral een heel mooi plekje en de zon en vlakke zee maken ons vrolijk. Er is nog tijd om koffie te drinken in een gezellig restaurantje in de haven en even later staan we met een man of 60 bij de vissersboot die ons de zee op zal brengen. Husavik is met 99% trefzekerheid de beste plek om walvissen te gaan spotten in IJsland. Eenmaal aan boord krijgen we dikke pakken aan tegen de kou. Vandaag is dat echter overbodig want met maar weinig wind is het gewoonweg zalig om de zee op te gaan. De vrouwelijke gids heeft plaatsgenomen in het kraaiennest en vertelt onderweg alvast wat over de dieren die hier leven.

Het duurt niet lang of we hebben de eerste walvis al in het vizier. Het is een Bultrug (Humpback Whale) die zowat levenloos aan het oppervlak dobbert. Dit gedrag schijnt hier heel normaal te zijn. Soms duiken ze even onder en komen dan weer boven om te luieren. Als de staart te zien is tijdens het duiken dan kun je er donder op zeggen dat ze voor minstens een half uur onderblijven.
Het blijft toch een grotesk gezicht om die immense dieren van dichtbij te zien. Na een korte duik komt er eentje vlak naast de boot naar boven om vervolgens zijn lange vinnen hoog de lucht in te gooien. De gids heeft haar zinnen gezet op een boel gespetter in de verte dat wordt veroorzaakt door een grote groep White Beaked Dolphins. Dit zijn geen dolfijnen maar kleine walvissen die wel iets weg hebben van een kruising tussen een Orka en een dolfijn. Er leven er in ieder geval genoeg in dit gebied. Al snel racen er een paar mee op de boeggolf van de boot en overal om ons heen zien we ze springen.

Een man naast ons op de boot blijkt gewoon een Nederlander te zijn die ook nog eens vlak in de buurt woont. We wisselen wat informatie uit en hij vertelt over de vele reizen die hij al gemaakt heeft. Ook hij is van mening dat ondanks al die reiservaringen een walvistocht telkens weer een hoogtepunt is. We zien nog veel kleine walvissen en een enkele bultrug  en varen terug naar de haven waar we rond half 1 aankomen. De weergoden zijn ons meer dan goed gezind vandaag. Vooral de besneeuwde bergen in combinatie met de blauwe lucht en de vlakke zee maakt deze vakantiedag tot een waar feestje.


Dag 14 - 4 september, van Egilsstadir via de Oostfjorden naar Höfn.
We balen enorm als we vanochtend tijdens het ontbijt de andere gasten horen praten over het Noorderlicht dat zich gisterenavond rond 23:00 liet zien. We vroegen ons al af waarom het zo'n tumult was op de gang. Wat hadden we het graag eens willen zien! Als pleister op de wond is de zon alweer vroeg te zien en we nemen afscheid van het guesthouse om naar de Hengifoss waterval te gaan. We rijden langs het Lagarfljotmeer tussen de lage boompjes door. In tegenstelling tot de rest van IJsland staat het hier vol met boompjes.
We komen aan bij de parkeerplaats waar het nog rustig is met toeristen. De klim naar de 128 meter hoge waterval duurt ongeveer 1 ½ uur maar het is, ondanks de steile klim, een hele mooie tocht tussen de rotsen en vlaktes door die weelderig begroeid zijn met kleine plantjes en bloemetjes. We passeren eerst een kleinere waterval die wordt omringd door mooie basaltblokken. Het klapstuk wordt gevormd door de grote waterval die op 450 meter boven zeeniveau ligt. Tussen de lagen basalt zijn dikke lagen rode klei te zien. Het is een heerlijke plek om even in het zonnetje te genieten van het uitzicht en de waterval en hier en daar een verloren schaap.

We vervolgens onze route van dik 250 km het eerste gedeelte nog over de verharde weg maar al snel rijden we weer over de gravel. De route loopt door zeer bergachtig gebied met lange fjorden. We zijn zo druk met rondkijken en genieten dat we helemaal vergeten om het vissersplaatje Djupivogur aan te doen. Nou hadden we de boot naar het eiland Papey toch niet meer kunnen nemen omdat het buiten het seizoen is maar we hadden het dorpje graag bezocht om de sculpturen bij de haven te bekijken.
Door de nodige stops komen we rond het einde van de dag aan in Höfn, wederom een klein vissersplaatsje langs de kust. Bij de haven vinden we 2 restaurants, het Pakhus en Humarhöfnin. Het laatste staat erom bekend dat het de beste langoustine serveert die je maar kunt bedenken. Het is zeker niet goedkoop maar als je er van houdt dan mag je dit niet overslaan. Met stip de beste maaltijd van de vakantie!
  
Een stukje verderop verlaten we de ringweg en rijden een gravelweg op naar het Hoffell Guesthouse. We zien ineens een hele groep rendieren staan op een grote grasvlakte langs de weg. Ze staan nog best een eindje van ons af maar Rob kan redelijk dichtbij komen om ze te fotograferen. De eigenaar van het guesthouse vertelt later op de avond dat de dieren vanuit de bergen naar beneden zijn gekomen en al langere tijd in de buurt verblijven. Hij heeft de plaatselijke jagers gevraagd om ze met rust te laten, het is immers een mooi gezicht voor de toeristen.

Het Hoffell Guesthouse is een guesthouse annex hotel in country style. Het nieuwe gedeelte bestaat uit hotelkamers, het guesthouse heeft een aantal kamers met een centrale keuken en badkamers.  Ook nu weer valt het op dat de kamers nog maar pas zijn gemoderniseerd. Vanuit ons slaapkamerraam hebben we uitzicht over de machtige Vatnajökull gletsjer en we besluiten er met de auto heen te rijden. Het pad er naartoe verandert van een vriendelijk gravelpad in een keienpad met te grote stenen voor onze middenklasser. Voetje voor voetje kruipen we verder tot we bij de voet van de gletsjer aankomen. Het kleine meer voor de gletsjer is deels gevuld met ijsklompen die behalve blauw ook grijs en zwarte kleuren hebben van het vulkaanas dat er duizenden jaren geleden op neerdaalde.  Het is ondertussen gaan schemeren en met het idee in gedachte dat we kunnen stranden op de keienweg keren we terug naar het guesthouse. Er is alweer een dag omgevlogen.

Myvatn betekent letterlijk muggenmeer, te danken aan de meer dan 35 muggensoorten die er leven. Het meer is ongeveer 3500 jaar geleden ontstaan tussen de lavavelden. Het gebied rondom het meer is het meest door toeristen bezochte gebied vanwege de vele vulkanisch trekpleisters, zoals geothermische velden, enorme lavavelden, sulfatenvelden, vulkanen, lavagrotten en pseudokraters. Er is nog steeds veel vulkanische activiteit in het gebied waardoor het door wetenschappers streng in de gaten wordt gehouden.

Onze eerste stop maken we bij een kobaltblauw meertje langs de weg naar de sulfaatvelden van Hverir/Namaskard. Het meertje wordt gevoed door heet water dat vanuit de grond door een nabij gelegen centrale is gebruikt om stroom op te wekken. Het stinkt er behoorlijk naar rotte eieren. Omgeven door felgekleurde bergen en zwavelpoeder op de bodem rond het meer is het een futuristisch landschap. Het lijkt op een mooi natuurlijk zwembad maar baden is door de hoge temperatuur van het water volstrekt uitgesloten.

Een paar honderd meter verderop liggen de sulfaatvelden van Hverir/Namaskard met stoompotten, bubbelende modderpoelen en dampende zwavelbronnen. Hoog op de bergen zien we tegen de blauwe lucht aan overal stoom uit de berg komen, een indrukwekkend geheel met alles zo in pastelkleuren. De stank moeten we wel op de koop toe nemen en echt lang is het niet vol te houden.
Op enkele kilometers naar het noorden passeren we de Krafla elektriciteitscentrale voor het opwekken van geothermische energie die eigenlijk niet thuishoort in het landschap. Zilverkleurige pijpen domineren het landschap om heet water aan- en af te voeren. De Kraflavulkaan zelf is eenvoudig te bereiken met de auto en na een klein kwartiertje lopen sta je al boven op de smalle rand van het smaragdblauwe Viti kratermeer.

Een eind verderop maken we een lange wandeling naar de (nog hete) lavavelden bij Leirhnjukur. Een lange spleetvulkaan die door een reeks aardbevingen tussen 1975 en 1984  door 9 erupties de  lava over het toch al desolate landschap heeft gespuugd. De lavavelden bij Leirhnjúkur roken op dit moment nog steeds. We lopen over de scherpe lava en als Rob even gaat zitten wordt het hem al snel te warm onder het zitvlak. Angstaanjagend om te zien hoeveel energie er vrijkomt bij een eruptie. Wat een desolaat landschap.

Vlakbij Reykjahlid zien we een pizzeria waar een heerlijke grote pizza snel soldaat wordt gemaakt. Zo'n dagje vulkanisme blijkt goed voor de eetlust.
Rond half 9 zijn we weer terug bij het guesthouse. Het gebruikelijke bakkie koffie sluit een prachtig dag vol afwisseling af. We hebben weer zoveel gezien dat we binnen 10 seconden voldaan in slaap vallen.

Dag 13 - 3 september, van Mývatn naar Egilsstadir.
Vandaag rijden we best een flinke rit van ongeveer 250 km richting de oostkant van IJsland. We maken nog een korte stop bij het blauwe meer en het onaardse Namaskard-sulfatenveld. Na ongeveer anderhalf uur rijden komen we aan bij een afslag die een kaal en vlak gebied inslaat en na een paar km komen we aan op een grote parkeerplaats waar veel auto's en campers staan.

We lopen door een oude rivierbedding naar de stroomopwaarts gelegen Selfoss watervallen die bestaan uit een stuk of 10 naast elkaar liggende, kleinere watervallen. Velen vinden deze  waterval mooier als de Dettifoss die enorm veel groter en hoger is.
Na 20 minuutjes wandelen en klauteren staan we voor de machtige Dettifoss, een waterval van 44 meter hoog die per seconde zo'n 200 ton water verwerkt. De mensen voor de waterval lijken op legopoppetjes zo klein. Het rondspattende water heeft een eigen groene omgeving gemaakt met kleurige mossen en talloze soorten bloemetjes. Wauw wat machtig schouwspel.

We rijden verder door oneindige lavavelden en nemen een afslag die ons brengt naar Mödrudalur, de hoogste gelegen boerderij van IJsland met daarbij een kerkje en een redelijke restaurant. Het is een heldere dag en we kunnen tot ver in de omtrek zien hoe het gebied gedomineerd wordt door hoge bergen met besneeuwde toppen.

Nadat we wat zijn opgewarmd met koffie en een versnapering lopen we terug naar de auto op de parkeerplaats. Vanuit het niets zien we een jong poolvosje lopen die druk in de weer is met een stuk plastic. Het vosje heeft nog een broertje of zusje en samen ravotten ze in het graslandschap, maar ook rond het restaurant en het kerkje. Wat leuk om ze zo dichtbij te kunnen observeren. We horen dat de vosjes naar het dorp zijn gebracht nadat moeder was afgeschoten…. Ze zijn wild, maar wel gewend aan mensen en lopen vrij in en rondom het dorp. We vragen ons af hoe lang de jonge beestjes daar nog kunnen rondlopen. We hopen maar het beste voor ze.

Tegen de avond arriveren we in de hoofdstad van Oost-IJsland, Egilsstadir. Er wonen ongeveer 1600 mensen en het gebied staat bekend om zijn milde klimaat maar vooral om de bomen. In kassen kweekt men duizenden lariksbomen die ieder jaar rond het stadje worden geplant.

Bij een pompstation vinden we een wat groter fastfoodrestaurant waar hamburgers en friet op de kaart staan. We genieten zo van het mooie weer dat we het zelfs aandurven om een ijsje te eten.
Een paar kilometer verderop ligt de Eyjolfstadir Farm, een keurig guesthouse met een centrale huiskamer en een grote tuin rond het hoofdgebouw. Met een beker koffie nemen we plaats op een bankje en kijken uit over een groot grasveld vol met…. bolletjes. Wat een rust!

Dag 15 - 5 september, Höfn - Jökulsárlón - Ingólfshöfdi - Skaftafell/Kirkjubaejarklaustur.
In de zomer kun je allerlei leuke excursies doen in deze omgeving maar omdat het seizoen ten einde loopt is het aanbod nu toch een stuk minder. De vraag is of we daar spijt van gaan krijgen want het beroemde gletsjermeer van Jökulsárlón is een topbezienswaardigheid en we hebben een tocht met een zodiac over het meer in het vooruitzicht.

Bij het meer staan behalve een winkeltje annex restaurantje vooral heel veel auto's en tourbussen. Het is er erg druk met toeristen van alle nationaliteiten. We leveren onze vouchers in en worden rond 10:00 verwacht bij een container waar we poolpakken krijgen voor de tocht over het meer. De meeste toeristen kiezen voor de amfibievoertuigen die aan- en afrijden om een eindje verderop het water in te rijden.

Vanaf de parkeerplaats krijgen we een eerste indruk van het meer dat vol ligt met ijsbergen. Tussen de grote klompen ijs wemelt het van de zeehonden en vogels en dat moet zeker duizenden foto's per dag opleveren. Hier en daar laat het ijs zijn felblauwe tinten zien, het is met recht een hele beroemde plek.

De poolpakken verwisselen continue van toerist en zijn dus al voorverwarmd. We wandelen een stukje achter onze gids Arthur aan en stappen met maar 4 personen in een ruime zodiac. We varen tussen de meest bijzondere ijsbergen door over het spiegelgladde meer. Er staat ondanks de dreigende wolken geen zuchtje wind. Zo nu en dan duikt een zeehond op naast de boot en we nemen foto na foto van het intens blauwe ijs dat alle vormen heeft die je maar kunt bedenken. De tocht duurt ruim een uur. Naarmate we dichter bij de gletsjer komen begint de wind te waaien en ontstaan er flinke golven. Het weer verandert hier niet per minuut maar per seconde. Arthur besluit om te keren omdat het te gevaarlijk wordt om verder te varen. Wat een adembenemende tocht zo over het water, prachtig.

Bij terugkomst parkeren we de auto aan de andere kant van de weg en brengen flink wat tijd door op het gitzwarte strand. In de branding en op het strand ligt het bezaaid met grote en kleine klompen ijs. De wat grotere ijsbergen lukt het om door de branding te komen en drijven verder de zee op. De vormen en kleurschakeringen van het ijs leveren een fotogenieke omgeving op en menig fotograaf is met statief en camera's bewapend op zoek naar die ene foto.

Een stukje verderop langs de ringweg kun je het Fjallsarlon gletsjermeer bekijken waar ook weer ijsbergen in drijven. We staan hier een stuk dichter bij de gletsjer maar zien helaas niet dat er stukken afbreken. Vlakbij het Skaftafell Nationaal Park verblijven we 2 nachten in het Hof 1 Hotel in Oraefi. Het is een middelgroot hotel met een ruim restaurant en een mooi lobby. Naast het hoofdgebouw staat het oude Hofskirkja kerkje met een redelijk volle begraafplaats. Het is een nationaal monument en een van de laatst gebouwde turfkerkjes in IJsland. Binnen is het kerkje mooi versierd en het smeedijzeren slot en zware sleutel stammen nog uit 1884. In de omgeving is weinig meer dan een tankstation waar een snack gegeten kan worden en dus eten we weer eens een complete maaltijd die bestaat uit spinaziesoep en een goed stuk kabeljauw in het hotel.

Dag 16 - 6 september, Skaftafell en omgeving.
Goedemorgen Skaftafell Nationaal Park! De dag begint al met veel zon, ideaal om wat te wandelen. We rijden over de enorme spoelzandvlaktes langs de kust naar het informatiecentrum van het park waar het ook zo vroeg al best druk is. De blauwe lucht kleurt fel af tegen de donkere bergen met oneindige ijskappen. Naast de parkeerplaats ligt een grote camping die maar mondjesmaat bezet is. We wandelen over de camping naar een akelig steil pad met als bestemming de Svartifoss waterval. Het pad leidt eigenlijk naar heel veel wandelroutes door het natuurgebied maar wij vinden een wandeling van 2 uur heen en terug met dit mooie weer ruim voldoende voor vandaag. De waterval wordt omringd door basaltkolommen die aan een orgel doen denken en wordt ook wel de zwarte waterval genoemd. Bij de voet van de waterval is het vol met mensen druk in de weer om selfies te maken.

Het park nodigt uit om lange, adembenemende wandelingen te maken maar dan moet je wel een paar dagen de tijd hebben. Wij beperken ons tot de waterval en maken in de voormiddag nog een wandeling van een uur naar het gletsjermeer. Omdat het best warm is hebben we de truien uit kunnen doen. Door het mooie weer zoemen er aardig wat vliegtuigjes boven de gletsjer. Aangekomen bij het gletsjermeer zorgt het ijs voor een fikse temperatuurdaling en we hebben spijt dat we de jassen en truien in de auto hebben gelaten. Een vuilniszak zorgt ervoor dat we snel weer op temperatuur komen. Na een korte stop bij het restaurant rijden we verder naar het Westen. We passeren het dorpje Kirkjubaejarklaustur en parkeren bij de kloof Fladrargljufur die ongeveer 2 kilometer lang- en 100 meter diep is. Langs de rand loopt een pad dat ervoor zorgt dat je nogal eens schrikt van de diepte. De kloof is echter een genot om naar te kijken, juist nu de zon al wat begint te zakken. Op de terugweg lopen we de kloof nog in maar hebben geen zin om tot onze knieën door het water te moeten badderen. Het is nog best een ritje terug naar het hotel maar we hadden het voor geen goud willen missen.

In het dorp vinden we een modern restaurant met een goede kaart en eten en drinken voor redelijke prijzen. De zoveelste hamburger wordt soldaat gemaakt waarna het nog een klein uur rijden is naar het hotel. We hadden de kloof ook morgen kunnen doen maar ook dan is er weer een vol programma.

Dag 17. 7 september, Kirkjubaejarklaustur - Skógar/ Hvolsvöllur.   
We volgen een stuk van de ringweg die we gisteren ook al reden naar de kloof. We zijn op weg naar Vik, een dorpje langs de kust en tuffen door immense lavavelden die dik begroeid zijn met mos. De  lava is afkomstig van een uitbarsting in 1783.
Een eind verderop rijden we over de spoelzandvlaktes van Myrdalssandur, ontstaan door de uitbarsting van de Katlavulkaan. Het is ondertussen weer een beetje gaan miezeren en het oogt daardoor aanzienlijk donkerder als gisteren. In het dorp Vik slaan we af richting de kust en komen aan op een breed zwart strand met hoge rotsen. De wind giert om de rotsen en de golven storten zich met een hoop geweld op het strand.
Iets voorbij Skogar liggen de rotsformaties van Reynisdrangar. Nadat we eerst zijn opgewarmd in het restaurant lopen we tegen de wind in het strand op. De golven zijn hier zowaar nog woester, net als de rotsen trouwens. Een grote grot lijkt met de hand gebouwd te zijn uit betonnen palen die netjes op elkaar gestapeld zijn.

Bovenop de rots ziet Anita ineens een paar papegaaiduikers vliegen. Kennelijk zijn het jongen die nog niet naar zee zijn vertrokken. Het blijken er een heleboel te zijn en ze zijn druk met oefenvluchten. We gebruiken de telelens en Anita's schouder en kunnen zowaar nog een paar leuke plaatjes schieten. Hebben we ze toch nog gezien!

De volgende stop is bij Kaap Dyrholaey, een nog indrukwekkendere klif van 120 meter hoog met een groot gat aan de zeezijde.  Hier lijkt de natuur nog een tandje bij te zetten want het water spuit 10-tallen meters omhoog om sommige waaghalzen een flink nat pak te bezorgen.

Het landschap bestaat uit groene weiden met kliffen en zandvlaktes en ondanks de miezerregen is het toch een leuke rit. We komen aan op een grote maar vooral drukke parkeerplaats bij de Skógafoss waterval. Dit is de laatste van ongeveer 20 kleinere watervallen die hoog van de bergpas Fimmvörduhals naar beneden komen. Volgens een oude legende zou er een kist met goud verborgen zijn in de 62 meter hoge waterval. We lopen een stuk langs de rivier tot we te nat worden om lang te blijven staan. Voor ons toornt de waterval hoog boven ons uit. Via een lange trap met honderden treden klauteren we naar de top van de waterval. Het is alsof we in een groot warenhuis via de roltrappen naar de bovenste verdieping gaan, zo druk is het. Bovenop puffen we uit met indrukwekkend uitzicht op de waterval en de omringende vallei. Een bergpad leidt naar het bekende Nationaal Park Thórsmörk maar het is zo modderig dat we ervan afzien om een stuk het pad op te wandelen. En zo dalen we even later af naar beneden en staan we bij de achterklep van de auto aan de koffie. De meegebrachte thermoskan doet goede dienst deze vakantie.

Een einde verderop betreden we het gebied van een oude bekende; de Eyjafjallajökull vulkaan. De eerste eruptie van deze vulkaan die onder de gletsjer tot uitbarsting kwam begon op 21 maart 2010 en duurde ongeveer 3 weken. Dit was slechts een kleine uitbarsting want de grote klap kwam op 14 april. Dit had grote gevolgen; de ringweg moest worden afgesloten en een groot deel van het Europees luchtruim moest worden gesloten vanwege de tonnen as die het luchtruim in gespuwd werd. Wij verbleven op dat moment in Egypte en moesten noodgedwongen een paar dagen langer blijven om vervolgens via Barcelona met de bus terug naar huis te rijden.

Voor de gletsjer ligt de grote boerderij Thorvaldseyri. De boer en zijn familie hebben tijdens- en na de uitbarstingen zoveel mogelijk op film vastgelegd. Aan de overkant van de weg hebben ze nu een klein bezoekerscentrum gebouwd met een theatertje waar een 20 minuten durende film wordt vertoond. Met 7 euro intree p.p. loopt de familie dankzij de vulkaan moeiteloos binnen. De film maakt behoorlijk indruk.

De afsluiter van de dag is de Seljalandfoss waterval, een hoge waterval waar een pad achterlangs loopt. We hebben gelukkig de camera's en onszelf goed ingepakt want het spettert er nogal. Deze waterval kun je in bijna ieder reisboek over IJsland vinden. Vandaag is de lucht grijs en grauw en is het lastig fotograferen. Links naast de waterval zijn nog een aantal kleinere te vinden. Met mooi weer een leuke wandeling maar nu zoeken we toch de kachel van de auto maar op. Het is nog maar een paar kilometer naar het Smaratun Hotel in Fljotshlid. Het blijkt een grote boerderij te zijn met een hotelgedeelte en een guesthouse. We zijn blij verrast met de luxe hotelkamer die van alle gemakken is voorzien. Later blijkt het meisje in de lobby de voucher niet goed gelezen te hebben want we hadden eigenlijk in het guesthouse  moeten slapen.

De ober die ons tijdens het diner aanspreekt blijkt een Nederlandse onderwijzer te zijn die na een ontslag besloot om een tijdje wat anders te gaan doen. De kerel is in de 30 en praat voluit over zijn verblijf in IJsland. We horen hem uit over van alles en nog wat en hij vertelt over het leven buiten de stad. De boer is ook de chef in de keuken en hij heeft het hobby koken ver achter zich gelaten want het diner is heel erg lekker. We vieren het met een ijsje na en genieten nog wat van de buitenlucht. De Hekla is de meest beroemde  en grootste vulkaan van IJsland en moet ergens dicht in de buurt liggen. Hekla betekent de gehoede, een naam die zij kreeg omdat haar top vaak in de wolken ligt. Ook vandaag laat de Hekla zich niet zien helaas.

Onderweg naar het Thingvellir Nationaal Park begint het helaas weer te miezeren. We rijden om het grootste meer van IJsland heen. Het park maakt deel uit van een verzakking tussen 2 aardplaten tussen het Europese en Amerikaanse continent. De scheidingslijn ligt precies in het meer en je kunt er een prachtige duik maken. Het waait best hard en door de hoge golven zal er waarschijnlijk wel niet gedoken worden.
Vanaf een grote parkeerplaats lopen we langs de Oxararfoss waterval en Drekkingarhylur, een wild stromend water waar in vroegere tijden executies werden uitgevoerd 18 vrouwen werden schuldig bevonden aan misdaden zoals overspel, incest en moord. Ze werden in zakken gebonden en verdronken.

Langs een pad klimmen we naar de Lögberg, de rots van de wetten. Vroeger werden hier de wetten mondeling aan het volk medegedeeld. Aan de overkant van de vallei vinden we de Thingvallakirkje, een fraai kerkje dat stamt uit 1859 en is gebouwd op de plek waar in 1016 één van de eerste kerkjes van IJsland werd gebouwd, kort nadat het land zich tot het Christendom had bekeerd. De huurauto moet vandaag voor 16:00 uur terug zijn bij de verhuurmaatschappij. Het bedrijf ligt in een voorstad van Reykjavik en we rijden er in een korte rit naartoe. Het verkeer is wel wat drukker maar nog lang niet zo druk als in Nederland. Nadat de auto is ingeleverd worden we afgezet bij het Sunna Guesthouse dat pal tegenover de Hallgrimskirkja ligt en vlakbij het oude centrum. We slapen hier de laatste 2 nachten en het is de perfecte plek om de stad te voet te verkennen. In de winkelstraat om de hoek proeven we alvast wat van de sfeer van de stad en we eten in een uitstekend Italiaans restaurant. Morgen hebben we nog de hele dag om de stad te voet te doorkruisen want de afstanden tussen de meeste bezienswaardigheden zijn goed beloopbaar.    

Dag 18. 8 september, Skogar, Geysir, Gullfoss, Thingvellir en Reykjavik.         
De Gouden Cirkel is normaal gesproken een dagtocht langs drie bekende bezienswaardigheden van IJsland: het nationaal park Thingvellir, de hete bronnen van Geysir en de Gulfoss waterval. Omdat de 300 kilometer lange route relatief dicht bij Reykjavik en de luchthaven van Keflavík ligt, vormt deze tocht voor velen de eerste kennismaking met de spectaculaire natuur van IJsland.

Wij hebben maar een korte rit te gaan voor we aankomen bij Geysir, het gebied van de geisers. De Geysir geiser vormt het middelpunt van een geothermisch park van 3 vierkante kilometer. Vroeger spoot de geiser 1x per half uur maar tegenwoordig is hij in een diepe slaap. De kleinere Strokkur heeft echter een uitbarsting om de 5 minuten, waarbij een hete straal water 10 tot 20 meter de lucht ingaat. Om deze geiser liggen nog wat bubbelgaten die minder indrukwekkend zijn. Het landschap is met de felrode kleuren wel een lust voor het oog.

Aan het einde van de weg na ongeveer 20 kilometer komen we aan bij de Gullfoss waterval, ook wel de Gouden Waterval genoemd. Er zijn 2 parkeerplaatsen, één onder bij de waterval en één boven bij het informatiecentrum. Wij kiezen voor de laatste en wandelen langs een grote shop en restaurant via houten vlonders naar de waterval. De machtige waterval stort zijn water in 2 etappes naar beneden in een 32 meter diepe kloof. Er zijn verschillende uitzichtpunten met een mooi uitzicht op de waterval.
In het restaurant en de winkeltjes doen de vele toeristen zich tegoed aan snacks en maaltijden. Vanzelfsprekend is het er vrij prijzig.


Dag 19 en 20 - 9 & 10 september, Reykjavik.
Niet echt zomerweer maar geen regen of harde wind en dat is voor deze tijd van het jaar al heel wat. De  Hallgrimskirkja laten we nog even voor wat het is en we lopen naar de boulevard aan de noordzijde van de stad. Hier staat het stalen Vikingschip Sólfar dat "Ode aan de Zon" betekent. Het kunstwerk is natuurlijk op zijn mooist als de zon erop staat maar die heeft zich vanochtend nog niet gemeld. Een eindje verderop ligt de middelgrote haven van Reykjavik waar wat oude vissersschepen, zeiljachten en passagiersschepen liggen. Op de pier duikt een marterachtig beestje een afvoerpijp in als we over de houten vlonders lopen.

De publiekstrekker bij de haven is ongetwijfeld Harpa, het concert- en congrescentrum. De naam betekent harp maar geldt ook als een symbool van hoop. Met de bouw werd in 2006 gestart maar door de kredietcrisis werd de bouw stilgelegd. Uiteindelijk werd besloten het prestigieuze gebouw toch te voltooien en het gebouw werd op 13 mei 2011 in gebruik genomen. Het bestaat hoofdzakelijk uit glas. Doordat het licht breekt op de dubbele glazen wanden ontstaan er allerlei kleurschakeringen.

Wat verder naar het zuiden ligt het grote stadsmeer Tjörnin met er omheen een aantal kerkjes en het moderne stadhuis. Het is een gezellig wijkje met veel groen en mooie pandjes. Onderweg naar het Museum van Mythen en Sagen komen we  langs de haven en we lopen terug in de richting van Laugavegur, de moderne winkelstraat met winkels en vooral veel restaurantjes. Na een korte stop voor een broodje bij de Subway slenteren we langs de talrijke winkeltjes met dure merkkleding, souvenirs en snuisterijen. Het barst er van de koffietentjes waar ze heerlijke luxe koffie en zoetwaar verkopen. Echte winkelaars hoeven zich hier geen minuut te vervelen.

Van daaruit is het maar een klein stukje naar de De  Hallgrimskirkja, de grootste kerk van IJsland en gebouwd in de vorm van een omgekeerde ijspegel. Boven in de 74 meter hoge toren heb je een prachtig uitzicht over de stad en bij goed zicht is zelfs de 100 km noordelijker gelegen Snaefellsjökull zichtbaar. De kerk heeft ook binnen een moderne, strakke uitstraling met weinig tierelantijnen. Het enorme orgel is imposant aanwezig achter in de kerk. Voor ons laatste diner gaan we gewoon weer terug naar het Italiaanse restaurant van de avond eerder, het eten is er gewoon veel te lekker.
 
Ook op de laatste dag kunnen we nog volop proeven van de sfeer in deze rustige, schone en veelzijdige stad. Om 14:00 uur worden we pas opgehaald om vervolgens op 16.30 uur te gaan vliegen. We maken nog een rondje door de stad, nemen afscheid van het uitstekende guesthouse en rijden met de bus in ongeveer een uur naar de luchthaven van Kevlavik. Net voordat alle computers het begeven leveren we de bagage in en eten wat in het ruime restaurant van het vliegveld. De tijd vliegt en voor we het weten zitten we in de lucht, op weg naar Schiphol. Na de korte vlucht moeten we wel ruim anderhalf uur op de koffers wachten waarna we uiteindelijk rond middernacht de voordeur opentrekken en begroet worden door onze thuisblijvers.

Het was best een gok om in deze tijd van het jaar op pad te gaan in IJsland. Immers, het wispelturige weer van IJsland is in deze periode misschien nog wel minder voorspelbaar als in het voorjaar.  We mogen zeker niet klagen met soms een buitje en soms wat lagere temperaturen. Goed voorbereid met de juiste kleding en de instelling dat het weer soms wat minder kan zijn hoeft het geen belemmering te zijn voor een schitterende vakantie vol natuurschoon en werkelijk oogverblindende landschappen. We vonden IJsland betoverend mooi met heel veel rust en ontspanning, soms stugge maar altijd aardige IJslanders en vooral een veelzijdige en aparte natuur die we nog niet eerder hadden gezien. Het land lijkt gemaakt om rond te reizen met de auto, camper of tent. Het is zeker een land waar we nog terug naar toe willen en met slechts een paar uurtjes vliegen is het ook een goed alternatief voor een stedentrip of vakantie wat dichter bij huis.